Over mij en mijn erfenis uit het verleden.

Mijn naam is John Bruininga

Ben Oud Marinier en met 84 jaren zit  ik in de Herfst van mijn leven .

En daarbij heb ik dus ,hoop ik, achterom kijkend in dit Leven,het goed gedaan. Kan met een gerust hart zeggen.. Dank U Ik heb genoten.!

  In mijn sporten ben ik ,Karate,  Badminton, Fitness-

Aerobic-Tea-Bo,Spinning-Bike, Instructeur. Heb FysioTherapie gedaan en nu nog elke Ochtend op zolder Spinning-Bike...kom wel geen meter vooruit..maar...

met een I-pod waar Tante Lien zich uitbundig manifesteerd...

   Samen met mijn vrouw Grace,zijn wij Globetrotters

,zolang onze beurs het kan trekken...en de A.O.W. nog bestaat...

... mijn schip is de :.Hr.Ms.Vliegdekschip Karel Doorman

  Ben nu reeds 34 jaar Marinier-Veteraan...

Op 26 April 2017 heeft zijn Majesteit KWA het behaagt mij  tot Lid In de Oranje - Nassau

te verheffen...

  ...verder is het leven voor mij een feest....

en jullie zijn uitgenodigd..(maar wel gedragen)

Op de Passar in Zeist 17 juni 2016, met Humphrey Trouerbach

Hebben samen in 1950 als D.E.T.A. Boys in het voormalig Nederlands Nieuw - Guinea

Met blote handen gewerkt voor NGFL.1.50.- per dag.

LIGT ZO MAAR 10 JAAR TUSSEN

24 Maart 2016

Op de 24 Maart 2014...
Op de 24 Maart 2014...

Opleiding tot Korporaal der Mariniers.

Cumlaude geslaagd.

 

Curriculum vitae

 

 Van John Bruininga 24 maart 1933

 

Diploma:  Fysiotherapeut ass.

 

Diploma:  Sportmasseur.

 

Diploma:  abo/jeugd/rec. sportleider

 

Diploma:  e.h.b.o. eenheids.

 

Diploma:  Penthalon moderno.

 

Diploma:  Reanimatie.

 

Diploma:  Karate 1e dan black belt

 

Diploma:  karate Sintjo Budoka 7e dan

 

Getuigschrift; Sport en lichaamlijke opvoeding

 

Getuigschrift; Geoefend marinier

 

Getuigschrift; Pel. ziekenverpleger

 

Oefenmeester; b.c. ‘’Ricochet’’

 

Oefenmeester; b.c. S.v.l.

 

Begeleider w.k. s.m.v. Madrid

 

Begeleider w.k. s.m.v. Berlijn

 

Begeleider w.k. s.m.v. London (cristal palace)

 

Certificaat; ‘’ Calanetics’’ (cathy desaunois-callis)

 

Certificaat; ‘’Profisional instructor reebok alliance’’

 

Certificaat; ‘’Nike slide/step/conditie A.S.H.

 

Verklaring; Bedrijfs/Sociaal/Ontwikkelings-Psychologie

 

Koninklijke Onderscheidingen;

 

Lid In de Orde van Oranje Nassau.

 

Ereteken voor Orde en Vrede met gesp 1949.

 

Nieuw-Guinea Herinneringskruis met gesp 1962.

 

Ziveren medaille voor 24e jaar eerlijke, trouw en langdurige

 

militaire dienst bij het Korps Mariniers.

Mars vaardigheids medaille.

 

Blijk van Waardering voor het redden van menselijke leven.

 

Div. referenties van; artsen/fysiotherapeuten/sportfederaties/

 

en cliënten.

 

 

 

John Bruininga

 

Veteraan Marinier.

 

XXXXXXXXXX

Wat vooraf ging...

 Ik heb in deze korte film een kleine bijdrage mogen leveren,

wat ik ook dan met plezier heb gedaan.

GAMELAN: Waarom je oma weleens mag bellen

geplaatst op 29-02-2016

Van dinsdag 1 maart tot en met zondag 6 maart vindt het CinemAsia Filmfestival plaats in Amsterdam. Drie opkomende talenten zijn door CinemAsia geselecteerd een korte Aziatische film te maken. Een van die jonge filmtalenten is regisseur Daniel Porcedda (28). Hij maakte Gamelan, een film over familiebanden. Een gastcolumn van de jonge regisseur.

Het vertellen van verhalen is wat een filmmaker hoort te doen. Ik betrapte mijzelf erop dat ik dit veel te weinig deed, dus besloot ik mijzelf uit te dagen om samen met mijn jongere zus Elvira (scenario) aan de slag te gaan met het maken van een korte film. Dat werd Gamelan.

Gamelan vertelt het verhaal van een jonge moeder (Tari) en haar dochter (Veronica). Het verhaal begint met Veronica die haar moeder vertelt over een droom die zij heeft gehad maar niet precies begreep. Wanneer Tari de volgende dag de spullen van haar ex­man naar zolder aan het verhuizen is, doet ze een heftige ontdekking die ons meer doet ontrafelen over Veronica’s mysterieuze droom.
 
Disconnectie
Ik wilde een verhaal vertellen over de disconnectie die mensen kunnen hebben met familie die in het buitenland woont. Mijn vader komt uit Italië en mijn moeder uit Indonesië, het grootste deel van mijn familie woont verspreid over deze twee landen, maar ik en mijn zusje hebben heel weinig contact met de mensen van daar.

Op 23 juli 2013 is mijn oma Veronica in Indonesië te komen overlijden. Dit is in grote lijnen de inspiratie geweest voor Gamelan. Ondanks dat ik deze prachtige vrouw maar een aantal keer in mijn leven heb mogen zien, heb ik wel altijd het gevoel gehad dat ik een band met haar had. Mijn oma kwam uit de periode dat Nederland nog aanwezig was in Indonesië, hierdoor heeft zij de Nederlandse taal meegekregen. Het was altijd hartstikke leuk om Nederlands met haar te praten. Achteraf vond ik het heel jammer dat ik niet vaker de moeite heb genomen om meer contact met haar te zoeken.

Ik heb nooit vanuit mezelf gedacht om een keer de telefoon te pakken en een belletje te doen naar een familielid uit Italië of Indonesië. Dat is iets wat je compleet ontgaat in het dagelijks leven omdat je die familieleden nooit ziet. Je
bent zo in de weer met je eigen dingen dat je al snel vergeet dat er aan de andere kant van de wereld mensen wonen met wie je eigenlijk een connectie hoort te hebben.
 
Met het verhaal van Gamelan probeer ik uit te leggen wat het belang is om juist wel deze connectie te zoeken met je familie. Voor je het weet is het te laat en heb je niet alles kunnen delen of zeggen. Je bent een druk op de knop van je telefoon verwijderd om alleen even ‘Hallo hoe gaat het?’ te zeggen.

Ik denk dat na het zien van de film mensen zich goed kunnen vinden in het verhaal van Gamelan. Ondanks dat je mensen soms jaren niet spreekt, wil het niet zeggen dat je geen band met ze kunt hebben.
 
Daniel Porcedda
Regisseur Gamelan

Reportage van Tim.

In de Film zaal van Kretorion  in Amsterdam

Met Judith Mulder  van Filmfestival Asian.

Op de ''Rode"" Loper

Wereldberoemd in de Anskarstraat en omstreken 2016

Sjonnie Kroepoek...

XXXXXXXXXXX

Henk v.d.Kreeke zei altijd.....

“Kan niet ligt op het kerkhof en wil niet ligt er naast”

 

 

  Henk van de Kreeke is Sergt.Majoor der Mariniers bd. en heeft gediend vanaf de jaren begin 1950 tot ultimo de jaren 1980. Voor hen, die ook in die periode hebben gediend bij het Korps en nog nooit van Henk hebben gehoord is het raadzaam de huisarts te  raadplegen of hebben bij een ander korps gediend.

Nou en of...heb met hem Getraind...!!!

Henk .vd.Kreeke
Henk .vd.Kreeke

Hannes MacMootry (vrijdag, 19 juli 2013 20:29)

 

Korps Mariniers geschiedenis kan men beter laten schrijven door
een Marinier. Laat je het door "deskundigen" doen dan wordt het
meestal een farce en wordt het door weinig Mariniers gelezen.


Zoals het hier door de Marinier John Bruininga wordt gedaan, spreekt
iedere Marinier aan. John spreekt immers "hun taal" iedere Marinier
weet wat hij bedoeld en daarmee raakt hij direct de kern van zijn
betoog. Geen "wollig" taalgebruik maar "recht toe, recht aan!", zoals
het bij de Mariniers gebruikelijk is. Zijn site is dan ook interessant en
onderhoudend, het is alleszins het bestuderen waard. Niet alleen voor
Mariniers maar voor een ieder die direct of indirect met Mariniers of
het Korps Mariniers te maken hebben gehad. Ook voor hen die geïnte-
resseerd zijn in militaire geschiedenis is John's site zeker het bekijken
waard.


John heeft de subtiele balans kunnen vinden tussen ernst en humor, hij
heeft zich verre gehouden van "wollig" taalgebruik. Bij hem gaan geen
Mariniers op "vredesmissie", zij gaan op een militaire expeditie om rust
en orde af te dwingen, dat is duidelijke taal! Vredesmissies, zoals zij van-
daag de dag "wollig" worden genoemd, worden uitgevoerd door missie
zusters, zeker niet door Mariniers. Kracht, verbondenheid en een onver-
woestbare Esprit de Corps, maar ook een lach en een traan. Voorwaar
John, een knap staaltje van het vinden van een subtiel evenwicht tussen
ernst en humor.


Je site voegt toe aan Korps geschiedenis en is zeker een aanrader!


Chapeau John, met gevoelens van bewondering en respect, Hannes.

33 jaar in 2 A4.....

Mijn prijzenkast

Mijn sporten......

XXXXXXXXXX

Herinnering penning Wereldkampioenschappen Moderne Vijfkamp 

In Madrid

Samen met de oudste deelnemer aan de Wereldkampioenschapppen

Modern Pentathlon Cristel Palace London.

Heb ik ook eens wat gedaan...

XXXXXXXXXX

Mer Ernst Wanjon (R.I.P.) en Barney Giese

voor het ouwe sportzaal in de VBHKAz. Doorn

Onder de Vlaggemast VBHKAZ.

Met John Meyer(R.I.P.) in de plantentuin van Anti Seventer

Met Grace in Djakarta

Bij het graf van de Opper-Soldaat Gen.Spoor.

in Menteng Poeloe Djakarta

Samen In de Betjak

  Met Shihan Ruud v.Vlaanderen

van  Sintjo Budokai Tiel

Hr.Ms.Vliegdekschip Karel Doorman.

Mijn Hobby..Medium Rare

Met Barney Giese op de Veteranendag

De Globetrotters.. terug van Weggeweest...

Op 5e April 2014 op Weg naar De USA....!!

Welkom terug op 22e Juni 2014...

http://youtu.be/DK-lBi5r6Jk 

1933 tot heden.....

Geen Verleden ,Geen Heden, Geen Toekomst.

De Familie Bruininga en Nazaten...

Kleine Sjonnie Vorige Eeuw

Grote Sjonnie ook Vorige Eeuw

Manokwarie 1959

Het jaar 1933 op 24 Maart werd ik geboren aan de Penele weg, dicht bij de begraafplaats in Soerabaia, Hoe zullen we hem noemen vroeg mijn Moeder aan haar Moeder ,onze Oma Doet, de Binjamin van de Familie die uit nu uit zes kinderen bestond, Oma Doet had de avond van te voren een film gezien van "" John Raffeles de grote Onbekend"" Soedah noemt hem maar John Raffles''

En zo werd het, gelukkig alleen maar John,..... en toen werd het stil.... ik werd wakker in Batavia.

HuwelijksFoto van mijn ouders;

v.l.n.r. Tante Ans,zuster van mijn Vader, Tante Josien,zuster van mijn Moeder, Oma Doet, Moeder van mijn moeder, Mijn Ouders, een ambtenaar, en Oma Fien de zuster van Oma Doet. 

De Fam. J.H.D Bruininga.

v.l.n.r. Thea, mijn Vader,Geertje (Nonnon), Mijn Moeder, tussen de knieen van mijn Vader; Jan (Boy),

Anneke, Dido, en baboe Mina. .( Ik was er nog niet)

Batavia... ik weet bijna niets meer te herinneren van deze periode wist wel dat mijn Vader bij de Politie zat en dat wij ergens in Meester Cornelis woonde en er een school bij was en daarna gingen mijn ouders scheiden waar we toen naar Modjokerto gingen verhuisen...

 Hier een foto van ons in Batavia...

Ik op de Tafel en v.l.n.r Anneke, Boy, en Dido

Mijn Vader: Johan Daniel Herman Bruininga

Mijn Moeder: Sophia Elisabeth Bruininga-Lans

Overlijdings bericht van mijn Vader in de Bataafse Courant

Modjerkerto, een stadje in Oost-Java met alles er op en er aan , een rustieke plaats met zijn passar,zijn bioscoop,zijn school, grote kerk ,zijn alloon,alloon met natuurlijk in het midden de Waringin boom en waar de Brantas rivier door stroomt en de brug naar de overkant waar mijn Oom Fred Buteling en Tante Josiene met haar dochters Feetje en Wilma woonden ze hadden een hele grote groote tuin waarin Klapperbomen ,pissangbomen groeiden en hadden Koeien en Kippen zoiets als een kleine Boerderij..

Wij woonde samen met Tante Do de jongste zuster van mijn moeder ,de straatnaam ben ik vergeten,tegen over de Spoorbaan in een huis met zoals het daar was een grote voor en achter tuin

Met heel veel vruchtbomen. Waar mijn Tante Do Angstvalig alles in de gaten hield,elke ochtend ging ze de manga’s in de boom tellen. Maar verder was ze heel streng maar rechtvaardig.

Ik dach dat omdat Tante Do bij de SS (Staatspoor) werkte haar dat huis was toegewezen. Vele dingen gingen mij voorbij , maar ik wist nog goed dat wij toen een overlijden- bericht kregen van mijn vader

Het leven was goed  en we gingen naar de lagere school  en vaak na schooltijd spelen in de grote tuin.

Een geval is mij bij gebleven, we gingen naar een verjaardag van een vriend van ons, mijn Broer Boy en Ik, en mijn moeder heeft alles gezegd wat niet mochten doen, behalve fietsen. Dus daar bij mijn vriendje thuis gingen wij fietsen. Doch wel vreemd, ik zat op de zadel en mijn broer achterop de bagage drager te trappen, het ging prima ..totdat ik verkeer begon te sturen… we reden met grote vaart de style slokkan in en de wanden waren van steen , en ik gleed voorover met mijn gezicht langs de stenen.. ik Bloeden als een rund..naar huis en onze Mina die moest mijn Moeder waarschuwen en die zat in de Bioscoop waar de film draaide van “” Gone With the Wind’’ en Mina kwam binnen in de zaal en schreeuwde Njonja Sophie sinjo John oedingnja Gandolganding (John zijn neus hangt er bij).. Paniek Alom film stop gezet en al dis meer… maar het is gelukkig met mij goed gekomen……..en toen…gingen we weer verhuizen…….

Modjokerto,  Links,Vriendin van mijn zuster Elly Kneefel en mijn zuster Nonnon ( Geertruida)

en de kleine Sjonnie met Beer in Tjelana Monjet (Hanssjop) in sepatoe Karet..

De straat naam ben ik vergeten maar het huis van ons was ,weet ik wel een hoog huis met als je de voorgalerij betrad eerst stenen trap op moest en als je op de trap zat dan keek je in een straat en verderop was de kerk op de hoek van de straat woonde de Fam .Kamphuis.  Mijn moeder was verbonden aan de kerk, ze maakte de kerk in orde en kookte eten voor de Pastoor die Smet hete

En ik ging op de Katholieke school en werd samen met mijn broer Boy Misdienaar  en we kregen een aparte hangertje met ons misdienaars kleding op te hangen.. en aan de slag met het leren van ,Adeum lefcat ,juventutus  deo… Latijn dus, en ik speelde toen al in een toneel clubje…Van ::”” Ik ben dokter Donkerbaard, en geneest ziekten uit alle aard””  en het misdienen ging ook gesmeerd, maar het ging weleens fout….Zo ging ik samen met mijn broer een mis dienen waarbij er wierook in bakje met kettingen werd gedaan en mijn broer moest het zwaaiend in beweging brengen zodat het vuur werd aangewakkerd  en ik keek uit mijn ooghoeken en zag dat er een kooltje vuur uit het bakje was gevallen, en ik probeerde de aandacht van mijn broer te krijgen , maar hij was in zijn heiligheid diep verzonken, en toen moesten wij knielen……. Hij ook …. En Toen…Whaaaaa adoeeeh. Brulde hij, ik renden naar een tafel en pakte een karaf en gooide het over de knieen van mijn broer… en dat vond de pastoor minder leuk.. want in dat karaf zat wijn… die hij zogenaamd als bloed van Gord moest drinken… en mijn broer zijn toga verpest een gat en vol wijn vlekken…. Die goede oud broer van mij

Rust in Vrede Kojok….!!  … en daarna.. gingen we weer verhuizen nu tegenover de Brantas Rivier…..


Hier mijn Vader als peletonscdt. bij een wandelmars. compleet met Klewang en Revolver

en daarna.. gingen we weer verhuizen nu tegenover de Brantas Rivier…..

Als je in de Voorgalerij zit heb jij een prachtig uitzicht op de Brantas-rivier dat met gestaagd stroom soms vreemde zaken mee voert en elke keer is het een verassing om er naar te kijken.

Naast ons was een gang en ernaast woonde een Chinese Vrouw die niet alles op een rijtje had…

Als ze van de passar kwam met boodschappen. dan gooiden we altijd dingen naar haar toe, en dan gooide zij met haar boodschappen ons terug, zoals vis, groenten en wat ze maar had in haar boodschappen tas en een keer haar beurs…echt lachen geblazen…, ik wist nog goed dat ik een maal een autoped kreeg zonder banden aan de wielen, door het geluid dat het maakte was het niet van lange duur. Als wij naar Onze oom en Tante Buteling gingen was het een hele uitje. Aan de overkant van de Brantas de laan waar het huis lag waren assembomen. Waar je onbeperkt assem kon eten zo van de grond. dan de verhalen van Oom Fred over klapperdieven….deze klommen in de klapperboom, kapten de klappers en bonden ze om een klapperblad, gingen op het blad staan en kapte het blad aan de stam af en zo zeilden naar beneden, waar dan mijn Oom stond te wachten en schoot met zijn dubbelloop kaliber 21 waar van de patronen niet gevuld waren met Hagel maar met rijstkorrels….. en mijn Oom zei  ik ga hem niet achterna, maar ik ga naar de Dokter.. daar zie ik hem wel …. Die de rijstkorrels uit zijn bibs los peuterde…… Ja zo was het daar in Modjokerto…..

En de Brantas stroomde rustig zijn weg naar de zee……..

Ik ga beslist verder.. maar ik ben nu met wat anders bezig......

Zo ,dan gaan we na deze kleine onderbreking weer verder waarmee ik bezig ben

 en we duiken weer de geschiedenis in , mijn geschiedenis, die ik graag voor mijn

kinderen en kleinkinderen, en voor de geintreseerden wil  bewaren, want het leven

 gaat verder maar het verleden daar wordt zo weinig aandacht aan besteed en zonder

enig arrogantie is dat wat wij hebben mee gemaakt zeker aan de wereld vermeld dient te worden..

ik weet niet of ik mijn volledige verleden kan vertellen maar ik probeer het toch te doen

anders moeten jullie maar op mijn website het vervolg lezen www.paatje.jimdo.com

ik hoop dat de indrukken die ik probeer op papier te zetten zullen overkomt.

En wat de wereld doet met mijn geschiedenis dat is hun zaak.

Voor mij is het belangrijk niet alleen de weg die ik ben gegaan

maar ook het spoor dat ik heb achter gelaten....

Met Dank dat ik het hier mag neer schrijven.

Paatje John.

En de Brantas stroomde rustig zijn weg naar de zee……..

 

Daarna gingen we weer verhuizen naar een andere woningvoor een kleine kali waar in de ochtend een drukte van belang was,vwg. de penatoe's  (waslieden) die in de kali het wasgoed ging wassen....in deze periode was het stilte voor de storm.. de dreiging van de oorlog was voelbaar,

 er werden aluminium verzameld ,pannen potten en wat meer voor het maken van vliegtuigen..

 de jaren 40 was voor ons in Indië de donkere dagen van de 2e wereldoorlog..in de Brantas zag ik voor het eerst dode lichamen drijven, die beelden zal ik nooit vergeten..

Mijn oudste zuster werkte als Nanny bij een familie die een Suikerfabriek hadden.

En op een avond gingen wij gepakt en gezakt hadden toen nog geen koffers en onze hebben en houden werden in een kussensloop gepakt, en gingen wij lopend naar de onderneming en werden opgevangen door die Familie De morgen daarop zagen we de Japanners met hun gele kleding en de petjes met slierten in de nek,op houten Fietsen met het geweer over de schouders binnen vallen in Modjokerto en de geur die zij uitstraalde die ruik ik nog steeds......

 En daarna gingen we met de trein weer op weg naar Soerabaia ,naar onze Tante die daar woonde..

 met de trein gingen we net zo ver tot de eerste brug ,die opgeblazen was, en we moesten een omtrekkende  beweging

maken om aan de overkant te komen, maar deze duurde voor mij een eeuwigheid, over de Sawa's door de kampong

enfin, als ik nu op de TV. de vluchtelingen zie voel ik de pijn van het lopen nog. En dan denk ik Jeetje dat hebben wij allang meegemaakt en het houdt maar niet op............Mijn zusters hadden hun gezichten met kalk ingesmeerd zodat ze er lelijk uitzagen en waarschijnlijk daardoor minder aantrekkelijk waren,de reis naar Soerabaia duurde twee dagen. Het huis van mijn Tante Do lag in de Kleine Kalongan en daar woonde we de gehele Japanse-Periode met al zijn problemen die de oorlog met zich meebracht….ik zal met beperken tot wat ik me kan herinneren van deze periode.

Ik moest heel vroeg opstaan om met een waskom rijst te halen bij de chinees en in rij aansluiten die er reeds was, en kon dan op de grond verder indutten totdat de chineese Toko opging….

Daarna moest ik de puntjes van de Loentasblad gaan plukken voor ons dagelijkse groenten’

Mijn Moeder maakte Lemper, en Crouqetjes.en nog wat liflafjes, die ik dan met een mand moest verkopen, ze breide ook sokken en verstelde kleren en dan moest ik het met mijn broer samen weg brengen… en dan kwamen we ook langs een japanse schildwacht je moest dan halt en front maken en een diepe buigen voor hem maken.. en dat weren we op een dag vergeten.. en we kregen straf die bestond uit dat wij elkander moesten slaan……die vernedering zal ik de jap nooit vergeven….

En dan die bombardementen elke avond was het raak we hadden in de voorgalerij een schuilkelder gebouwd van tafels en matrassen erop. Het was elke avond raak. Dus we sliepen maar in de schuilkelder… en met een touwtje om ons nek een rubbertje om op te bijten voor de inslagen van de bommen…elke eerst maandag van de maand in Holland beleef ik het weer opnieuw.. dan wordt de stadssirene uitgeprobeerd gelukkig om 12.00 in de morgen.. maar ik hoorde altijd in nacht het geloei van de sirene en dat klinkt macaber…. En dan het brommen geluid van de vliegtuigen , het fluiten geluid en daarna de inslagen van de bommen, wij buitenkampers hadden het ook moeilijk inderdaad we konden gaan en staan waar we wilden.. maar veel was er ook niet om te gaan en te staan elke dag moesten we zoeken om te eten, maar honger maak rauwe bonen zoet… gapelek, gedroogde casave met klapper ..heerlijk..enfin daarom is het nu bij ons zo belangrijk als wij met onze kinderen aan de rijstafel zitten dan krijgt de buurman ook een portie over de muur mee… en als van ouds een bordje rijst met gerecht bij de foto van mijn Schoonmoeder, Oma Pinkie en Grace kook niet met beperking een week daarna Heeft de Buurman nog plezier van het eten  en ik toch wel….

Tot aan de Bersiap-periode hebben wij in de Kleine Kalongan gewoond en ik persoonlijk vond de bersiap-tijd veel angstiger dan de Japanse Tijd……ofschoon de Jap ook niet van die fijne straffen gaven

Zo zag ik dat er een man werd gestraft door hem vol te gieten met water waardoor zijn maag zwol als een ballon en daarna trapte de jap hem op de maag zodat het water uit al de openingen uit zijn gezicht spoot….en dan nog onze grote achterstand in het leerproces van het naar school gaan dat ons werd onthouden, heel stiekem kan ik me herinneren dat er af en toe bij de Paters les werd gegeven, maar een duidelijke schoolopleiding in die tijd kom me niet voor de geest…op mijn 40ste jaar ben ik pas goed begonnen  te studeren, maar daarvoor moest ik eerst  leren studeren, als je begrijpt wat ik bedoel, ben toen simultaan  gaan studeren…….…….Fysiologie, Sportmassage, Anatomie,Ontwikkelings,bedrijf, en sociaal psychologie  A.B.O Sportleider, Scheideger machine schrijven 150 aanslagen p.m. allemaal met diploma  en Grace was daarbij mijn grote “”Toeverlaat”  Dit even terzijde….,

 Daarna kwam de,. tijd van de grote revolutie…””De Bersiap-Periode””

De bersiap-periode…

Mijn broer Boy kwam opgewonden thuis, en vertelde dat er in Toendjoengan bij het Oranje Hotel

 In de toren een Nederlands Vlag werd gehesen. en dat daardoor de Indonesiërs in opstand kwamen en er behoorlijk werd gevochten. Een Zekere Hr.v,Plas zou dat proberen te sussen maar is daardoor in elkaar geslagen, niet lang daarna reden verschillende vrachtwagens met Pemoeda’s lang de straten gewapend met Bamboe Roentjings… en schreeuwend “”Merdeka,Merdeka”” en dat was het begin van de Bersiap….je kan je niet voorstellen hoe angst jagend dat klonk. onbeheerst en vol overgave pemoeda’vol wrok en wraakzuchtig en wij konden niet anders dan de deuren vergrendellen… totdat de pemoeda’s daarna ze huis aan huis gingen om mannen op te pakken…. Ik moest in een Hansop met knikkers spelen in de achter tuin, maar mijn zwager werd opgepakt en met nog meer jongens en mannen in een vrachtwagen gegooid en naar de gevangenis in de Werfstraat gebracht…Waar ze ,dat horen wij later, met 30 man in een cel voor 5 man werden gezet en voordat ze de gevangenis inkwamen moesten zij eerst door een cordon Indonesiërs lopen die gewapend waren met knuppels ,en kapmessen…steeds de dreiging van rampokkers die ’s avonds schreeuwen door de straten liepen. Toen kwamen Engelse schepen voor de kust van Soerabaia en de Engels Generaal Malaby de Indonesiërs een ultimatum gaf dat er op 18,00 u alle wapens moesten worden ingeleverd.. anders zouden zij Soerabaia bombarderen…. En percies klokslag 18.00 u opende de schepen het bombardement. Mijn zuster en ik zaten in de voorkamer en mijn Moeder riep ons en net dat wij weg gingen uit de kamer werd de kamer getroffen door een bom, ik zag mijn zuster langs mij heenvliegen en wij doken Onder matrassen in de achterkamer. En ik voelde net alsof dat de  inslag van de bommen naderen en net over ons huis kwamen… het was zeer angst jagend de voorkamer was geheel verwoest, we hadden niet langer daar moesten zijn..en toen hebben wij een gat in de tussen muur van de buren geslagen zodat wij dan samen waren, de fam.Balder kwamen uit Suriname en daar hebben wij geduurde  bombardement bij hun gezeten…. Terwijl de oorlog om ons heen  woede,  ik weet niet meer wanneer het percies  ophield toen het stil was en wij naar buiten gingen was de straat een puinhoop en ik zag een lijk voor de Chinese toko liggen wat later de Hr, de Fretes was, daar na liepen Gurkha’s en Brits Indiërs met tulband op hun hoofd, de Gurkha”s waren kaal een hadden een sliert haar achter zitten, en dan nog het verhaal van de mannen die uit de werfstraat werden bevrijd……..Intussen was het Rampokken de orde van de dag en nacht...En met grote onzekerheid ging wij in af wachting  totdat alles All Clear was...en dat Kwam gelukkig....

  Zouden wij nu betere tijden gaan beleven, de opgepakte mannen die naar de werfstraat werden gebracht kwamen thuis mijn zwager vertelde dat zij waren bevrijd door de Engelsen , om dat de poort van de gevangenis was ondermijn hadden de Engelsen een gat in een muur met een tankkanon geschoten en daar kropen al de gevangenen door heen. Met de grote Honger en dorst hebben zij een Chinese toko geplunderd en door de dorst hebben zij zich laveloos aan sterke drank gedronken, maar ze waren gelukkig leven uit de gevangenis gekomen, want het scheelde niet veel of ze werden allemaal om het leven gebracht, ik dacht dat bij de bevrijding een Hollandse Kapitein betrokken was. En daarna was het nog even onrustig daar vele huizen leeg waren , wij werden voor de veiligheid  door de Engelsen in een kamp Kijkduin geplaatst, ik weet niet meer precies hoelang,

Daarna in 1947 gingen we weer terug naar de Kalongan en we kregen een huis in de Westerkade waar mijn oudste zuster Nonnon met haar man Wil Kouthoofd woonde. Mijn tweede zuster ging verhuizen naar de Boeboeten daar har man Anton Klok een baantje kreeg in de gevangenis als Cipier

En het  leven begon normaal te gaan ging naar de broederschool in Kapandjeng en moest een driejarige achterstand inhalen. En je had klassen tot de 8st klas… en in 1948 was er een oproep voor de Mariniers en ik melde me aan, en in  het ziekenhuis Karemendjangen werd ik daarvoor medisch gekeurd en dat viel tegen door een slecht gebit werd ik tijdelijk afgekeurd… Tegen over het Ziekenhuis was een Tandheelkundig instituut waar Tandartsen hun opleiding kregen ik kreeg een behandeling voor mij ze gaten te laten vullen, werd behandeld door een Tandarts in opleiding met apparaten van jaar Noach stond een boor machine eentje net als een trapnaaimachine met een Fanbelt, en tijden het boren vloog elke keer de fanbelt van de machine en dan moest ik de boor vasthouden terwijl de arts de belt weer om het vliegwiel plaatste en dat boren ging zonder verdoving......Nu buiten si Bart... krijg ik de zenuwen van alle tandartsen....

Ik heb het maar bij een gat vullen gelaten ik was geheel gefrustreerd………en toen ben ik maar naar de MTD van Het KNIL gegaan….. 1948 in het leger van de KNIL......met bijna 16 jaar, kan je het voorstellen, op die leeftijd al kunnen beslissen over leven en dood.....

Maar voordat het zover was ging mijn zuster Anneke trouwen met Nono Smit, en ik werd juist op mijn verjaardag bruidsjonker, ergens balen want ik liep alle kado's mis, maar soedah laat maar

samen met mijn zuster Dido gingen we voor de fotograaf poseren met onze in wit gestoken kleding.

wat er nadat gebeurde ben ik helaas kwijt maar de foto niet.....

Naar het KNIL ergens midden in de Toedjoengan werd ik ingeschreven bij de M.T.D. en kreeg te horen dat in Afwachting van Militairisatie  ingedeeld was bij de M.T.D. in Sidoardjo kampement waar uit mijn werkzaamheden als Konvooi-begeleider bestond, naar de foerier en in no time was ik soldaat, met alles erop en eraan.. na een korte opleiding was mijn eerste begeleiding naar Madioen, met een konvooi dat geladen was met voeding voor de bevrijde giebieden in het binnenland, en uit Soerabaia vertrokken wij naar het binnenland, en in de bossen van Nandjoek kreeg ik mijn eerst vuurdoop onze konvooi werd aangevallen door de Pemoeda’s en die hadden het vuur geopend met alles wat ze hadden, later hoorden we zelf, dat ze een oud kanon hadden gebruikt. En hun geweren hadden een vreemdsoortig geluid zoiets van Tek…Doem.. eerst de tek.. gevolg door een… doem maar evenmin dodelijk…

Omdat het geschiet uit de bosschages kwamen schoten wij  gewoon terug…. Later werd ik geplaats op de Bezemwagen, heel aparte ervaring, daar heb ik geleerd dat vuurkracht heel belangrijk was en onze uitrusting loog er niet om, we reden achter de colonne aan en als een wagen panne had moest het gerepareerd worden en de bewaking ruste op ons terwijl de monteurs hun werk deden. Daar na moesten wij de wagen weer naar de colonne begeleiden en dat leverde soms spannende momenten op, kan je voorstellen twee wagens alleen op de weg… maar gelukkig hadden we een enorme vuurkracht. En als alle wapens begonnen te schieten was het voor de Pemoeda’s wel koppen weg….

Ik werd brenschutter en Kando die met een sigaret in de mond was Bren helper, we hadden twee brens met 4 koffers met elk 10 magazijnen en elk magazijn 25 kogels. En 4 reserve lopen want als een je eenmaal begon te schieten konden de lopen wel gloeiend heet worden en dan moet je het verwisselen. Waren  7 man sterk.. 1 chauffeur tevens Monteur  2 monteurs 2 geweerschuters 1 brenschutter, 1 peletonscdt  teven brenschutter…. En zo was ons werk in de beveiliging van de colonnes die Voeding en andere materialen vervoerden naar  bevrijde gebieden in Oost-Java en tot de Overdracht heb ik dit werk gedaan…… en daarna werden we zonder meer ontbonden, kregen te horen dat het afgelopen was.. ik ging voor mijn eigen veiligheid samen met nog 2 Ambonese collega onderduiken in Pasiran bij het ME. Waar nog een handje vol Mariniers waren en toen had een wij plannen gemaakt om weg te gaan uit Java en naar Ambon te gaan waar de Familie van Sihaja woonde en zo dachten wij nog veilig voor ons was… en Samen met Ben Sihaja en To Papilaja zijn we op de MS.Karaton naar Ambon gevlucht…..Zonder maar afscheid te hebben genomen van wie dan maar ook… De reis naar Ambon ging langs Makassar en we sliepen op dek, in Makassar ging een maat van ons de Quilettes van boord en wij voeren door Naar Ambon……

Naar Ambon….

We hadden samen een plan uitgedacht om naar Ambon uit te wijken  daar ons leven in Soerabaia gevaar liep, in Pasiran waar nog bewaking voor het Marine Etablissement  door Mariniers  voelden wij ons wat veilig, maar dat kon niet meer zolang duren. Dus besloten wij naar Ambon te gaan Sihaja had daar nog zijn Ouders wonen en op een avond gingen we in Perak aan boord van de ms.Karaton en hadden genoeg geld als dek passagiers dus met  niet teveel bagage en een Tikar om op te slapen verdwenen we van Java zonder enig afscheid te hebben genomen van wie dan maar ook en zonder dat wij weten Java ooit weer terug te zien en in Makkassar ging Frans de Quilletes van Boord omdat hij daar Familie had wonen en wij stoomden door naar Ambon, waar wij in het huis van de Ouders van Sihaja werden ontvangen aan de Batu Merah tegen over het strand. Waar wij in de morgen ons dagelijkse voedsel uit de zee gingen halen Vissen met een Pana en dan gingen we de berg op om Sago Te kloppen ,Papeda uit de sago boom is heel apart om het te eten je moest het slurpen en met zure vis is het best te eten. En er was opeens alarm er was brand uitgebroken in Ambon stad en de huizen waren van sago stammen gebouwd dus het wil wel branden, water was er nauwelijks aanwezig dus met een soort klappers aan een steel sloegen wij de vlammen dood.. maar toch had de brand veel schade aangericht. En op een dag verscheen aan de Horizon de Hoa Moa.. ,dat was een kruiser de Zeven Provinciën die Nederland aan de Indonesiërs had geschonken, en die opende met zijn kanonnen het vuur op Ambonstad en wij als de hazewind vluchten in de bergen… Het Ambonese leger die daar zat had als zwaarste wapen,  alleen maar kniemortieren en daar gaven ze een tegenvuur en je wilt geloven of niet het resultaat was dat de Hoa Moa  op het dek werd geraakt en moest vluchten achter Laha waardoor ze beschermd waren… en het  beleg bleef voortduren en  alweer moest ik een Exodus maken uit Ambon deze keer ging ik als Dek passagier terug naar Soerabaia waar ik een soort van asiel kreeg bij de Nederlandse Ambassade op de Simpang… en in 1950 werd ik stiekem a/b van de ms.v.Riemsdijk gebracht  richting Nederlands Nieuw-Guinea maar eerst moest ik een contract tekenen voor 1 jaar bij de Deta voor fl.1.50. per dag….. ik had geen keus…..En het was een goede keus, 6 jaar van mijn leven heb ik in dat land met veel Leed maar vooral in vreugde en vrijheid mogen verblijven, het heeft mij gemaakt wat ik nu ben………

 Nieuw-Guinea……

Aankomst in Hollandia

Op 3 Oktober 1950 begon de ommekeer in mijn bestaan in Nieuw-Guinea wat nu Indonesië heet. Een nieuw leven dat 6 jaar zou duren.

 Met iets meer dan 100 jongens kwamen we aan in Hollandia en het was één en al groene massa dat we voor ons zagen. Na in GMC trucks te zijn gestapt, reden we in colonne naar de Oranjelaan.

 De groep werd verdeeld over de Oranjelaan barakken 23 t/m 26, omdat er al zoveel andere DETA-groepen ons voor waren gegaan. Mijn groepje kwam in barak 23 terecht, die de "Goede Hoop" heette. Daar werden we welkom geheten door de barak oudste . Zijn naam ben ik vergeten, maar hij was een oud gediende van de welbekende, maar beruchte Kapitein Westerling.

Eerst was het veldbedden ophalen en een plaatsje uitzoeken tussen de andere 100 man in de barak. Samen met mijn maatje Paul Blommeart, een oud telegrafist van de luchtmacht, zou ik hier een jaar blijven. Die eerste nacht in Nieuw-Guinea zal ik nooit vergeten. Het was alsof ik in een mierennest lag en de volgende ochtend zag ik eruit alsof ik net terug kwam uit de oorlog in Vietnam.  Mijn hele lichaam zat vol krassen en rode strepen. Het bleek dat het zeil van het veldbed van glaswol was gemaakt. Een hele aparte ervaring die me na 56 jaar nog steeds bij staat.

Situatie aan de Oranjelaan

In de barak naast ons, die “de Vrijgezel” heette waren vele oudere en prominente jongens ondergebracht, zoals v.d. Est, Blondeel, Brückner, Schippers en andere djago’s.

Onze douches en toiletten lagen zo'n 50 meter van de barak af. Zeker als je de race had moest je maar afwachten of je het kon halen. Lukte dat niet dan moest je de bush maar induiken.

Onze groep werd ingedeeld bij een werkgroep, die een veld bouwrijp moest maken. Dat betekende eerst Tjaboet Roempoet (gras uittrekken) met je blote handen en daarna kregen we schoppen om sleuven te graven voor de fundamenten van de halfronde Quonset huizen (ook wel Romney hutten genoemd door de Engelsen).

Het beton mengen voor de fundamenten gebeurde in een bak van zink met de verhoudingen 1, 2, 3, d.w.z. 1 eenheid cement, 2 zand en 3 steen. Dat was een dodelijk, zwaar mengsel, totdat er water bij kwam. Dan werd het mengen pas lichter, maar onze spieren werden sepahak gedeh (zo sterk als staal, letterlijk heel erg dik).  Een andere gemakkelijkere dienst was die van kamerwacht. Je moest dan o.a. de barak aanvegen. Bij alle veldbedden lag wel een halter of dumpbell, dus tilde je die bij elk veldbed wel even op. Was je klaar met vegen dan had je van dat liften wel een complete workout gehad. Om 12.00 uur was het met de Bedford truck eten halen uit de Witte Olifant, want daar was de keuken. Als het eten aankwam, moest de kamerwacht het uitladen. De rijst zat in een grote lange bak (met lood), die op een doodskist leek. Daarnaast was er ook altijd een bak mat kankoeng en een bak met corned beef. Alles rook altijd naar doerèn (ook lekker, hoor). Een grote kan met sambal complementeerde de hap, die overigens altijd wel smaakte.

 Eens in de week kreeg je een (benig) stukje sop loze zeep en een tin met "Golden Gate" sigaretten, waarvan ik het logo nog op mijn bovenarm heb getatoeëerd. ‘s Avonds was het muziek maken of trainen en na enige tijd was er de OMLOO bar of de Bioscoop.

 Na de eerste kennismaking met het glaswol ging ik daarna voortaan slapen met eerst een ander dekbed als onderlaken op mijn veldbed.

Verhalen over de DETA-jongen

Er zijn weinig boeken geschreven over het wel en wee van de DETA-jongen en als er wat over werd geschreven dan was het zogenaamd objectief bekeken door de bril van een journalist of wat dies meer zij. Zo las ik dit stukje van ene Joop van de Berg (weet bij god niet, wie hij is);

 Grote groepen Indische Nederlanders wilden destijds Indonesië verlaten (ja, welke Indo niet), maar wilden niet naar Nederland want wat hadden zij in Nederland. Ook hadden ze vaak geen geld voor de reis naar Nederland. Nieuw-Guinea was al langer opengesteld voor kolonisten en nu werd het ook buiten de overdracht aan Indonesië gehouden.

 Ongeveer 1000 Indische jongens zijn met arbeidscontracten van de DETA aangenomen om in Nieuw-Guinea te werken tegen betaling van f 1.50 per dag, plus vrije voeding en huisvesting.

 Dat leek nogal wat op papier, maar in werkelijkheid moesten wij koelie werk verrichten en het ontbrak ons aan alles in die tijd.  We moesten huizen, wegen, bruggen, waterleidingen en telefoonnetten bouwen en aanleggen. Zonder dat wij er enig benul van hadden waren wij bezig het begin van een nieuwe infrastructuur op te zetten. En dat alles voor maar “een pop vijftig” per dag en één tinnetje sigaretten in de week.

 De huisvesting was in een oude Amerikaanse barak waar we "hutje bij mutje" naast elkaar lagen op veldbedden zonder enige vorm van privacy. De legeringen van de groepen DETA-jongens lagen overal verspreid. Van de Oranjelaan, het Kloofkamp, de Witte Olifant, Berg en Dal, Kota Baroe, de Motorpool tot in Sentani en Ifar. En dan wil ik het nog niet eens hebben over hoe de kolonisten elders op Nieuw-Guinea waren gehuisvest.

Onze Jopie verklaart het volgende over de "groep die destijds nogal van zich deed spreken" (luister en huiver):

”We herinneren het ons als de dag van gisteren. We zaten bij de Chinees(?) iets sliertigs te eten toen er plotseling, na wat vervaarlijk motorgeronk, een aantal schilderachtige lieden binnenstapten, geheel gehuld in baarden met pagekoppen(?), camouflagepakken en glimmende geweren. In hun (zeer door de tijd geteisterde) "djiepje"(Jeep) lagen wat borstelige varkens met brekende ogen wezenloos de tropische nacht in te staren.”

Nou vraag ik me af of Jopie niet echt in de war was met carnaval, want heb je ooit een varken met wezenloze ogen de tropische nacht in zien staren??

 

 Enfin, hij is dan nog niet uit gepraat. Om iets duidelijk te maken zegt hij:

”Het waren DETA-jongens, nu een uitstervend ras. Waar zijn ze nu?? We hebben altijd een zwak voor hun gehad (WIE?). Waren zij niet de enigen, die wat kleur aan het Hollandiase leven gaven? Waren hun motoren geen staaltjes van versierkunst en huisvlijt, glimmender dan de huidige Impala?”

Daarna wordt hij mild; “Ze deden niet gewichtig, schreven geen venijnige ingezonden stukken, spraken geen ABN, maar gewoon "vanderoodwitenblaauw" en losten hun moeilijkheden eigenhandig op. Ze bezorgden hun belager met onbewogen gezichten een gemene schedelbasisfractuur en gingen dan opgewekt een paar weekjes zitten brommen in wat ze de "DJEEL" noemden.”

Ik moet zeggen dat die Jopie waarschijnlijk wel eens tegen een vuist is aan gelopen en daarom dit “romantische” verhaal schrijft. Er zal een kern van waarheid schuilen in het verhaal, maar over het algemeen hebben we allemaal dat een-jarig contract bij de DETA volgemaakt, ondanks al het zware en vaak onmogelijke werk, dat de meeste van ons zonder enige ervaring hebben moet volbrengen.

Na het jaar bij de DETA zijn we verder gegaan met het werken, maar dan vaak als losse arbeidskrachten of in groepjes (congsies) met zogenaamd “borongan” (aangenomen) werk.

 Zo ging ik naar Kota Baroe om me daar in de Motorpool, ondergebracht in het "SPOOKKASTEEL", aan te sluiten bij de groep "MANNOT". Dat was verder werken in de huizenbouw. Een vervolg op mijn nieuwe leven, weinig romantisch overigens, maar wel heavy.

 

Het DETA-contract zit erop

En toen .... het einde van het DETA-contract. Je werd losgelaten, was vrij om te gaan en te staan waar je wilde. Hier laten mijn herinnering mij even in de steek....

 We rijden naar Kota Baroe, langs de Witte Olifant, door de haardspeld bocht, verder langs Berg en Dal en daarna dwars door de Bush, de tjot op naar de Pim waar je Holtekamp kon zien liggen. De helling af langs een nederzetting????? .......dit zou Kota Radja moeten zijn.

 Aangekomen bij Kota Baroe had je eerst het postkantoor met daarvoor een aloon-aloon. Naar boven rechts kwam je langs het huis (een lange barak) van de familie Lapré tegenover toko Ong Ak.  Naar links en dan naar boven kwam je langs huizen op palen, ging je daarna langs de “SENTANI SOOS” (later clubgebouw EDO). De SENTANI SOOS, onder de toko “CYCLOOP”, waar we soms bij een fuif er lustig op los jive-den op de muziek van BILL HALEY’s “Rock rond de klok”. De beheerder was .... Mathijsen en die had spierballen sepha ...... juist ja.  Terug naar beneden links af kwam je langs de huizen van Piet van Hooydonk en de heer Jouwe. Rechtdoor lopend had je links het restaurant van ONG(oedelnja bolong), dit was schuin tegenover het bioscoopgebouw, dat eigenlijk in een djoerang stond op palen (dit moet het ISAN-gebouw zijn geweest). Naast ONG had je weer een Chinees restaurant. Achteraan rechts ging je naar beneden, eerst langs het huis van.....(de familie Pattiapon), waar we vaak badminton speelden, dan had je het huis van de familie Schrijn(huis Norman Franken).

 Beneden linksaf en op de grote weg kwam je langs het huis van Jantje van Baal met schuin er tegenover het voetbalveld, dan eventjes niks of bloemkool en dan had je de Motorpool. Kwam je Motorpool in dan had je rechts de Samba barak met er tegen over aan de linkerkant ook een barak en ernaast het Spookkasteel. Verder op was een gebouw van de PTT voor de zoiets als radioverbindingen.

 

Het Spookkasteel

Ik kwam te wonen in het Spookkasteel. Je kwam er binnen door een opening(er was geen deur), dan was er een donker middenpad met rechts en links hokjes waar verschillende families woonden. Rechts woonde na een familie ???(naam ben ik vergeten), de familie Davies, dan de familie De Leeuw met twee mooie dochters en daarnaast mochten wij, Eston en Egon Jansen en ik ons intrek nemen. Verderop in andere kamers woonden nog Ruud Breemer, Robby Verhelst, Harie Tja en Paul Westerling.Jongens die In Indie bij de V.D.M.B. hebben gediend Allemaal hoorden wij toen tot de bouw-groep Mannot, een vierkante man met staalbruine ogen en een pagekop. Wij bouwden de andere woonbarakken op het terrein van de Motorpool. Onze eerste taak was om de leegstaande barak naast de Samba barak gereed te maken voor familie opvang. Er is  inmiddels zoveel water door mijn rivier gestroomd, dat de kanten wat zijn afgesleten, zeg maar rustig afgebrokkeld. Wat ik me nog kan herinneren probeer ik hier zoveel mogelijk op te schrijven. Het gaat niet altijd even gestroomlijnd of in de goede volgorde, mijn verontschuldigingen daarvoor, maaaf. Weet nog wel dat achter in de Motorpool een familie Verhoef woonde waar we eten haalden in een rantang. Ook herinner ik me de broers Herter en als ik me niet vergis lagen in de eerste barak naast het Spookkasteel o.a. de jongens Oltmans en nog een paar uit Bandoeng .......

 Het Spookkasteel ......... wahdoe de barak was altijd donker. Het eterniet kwam me tegemoet en daarom had ik de klamboe bij mijn veldbed altijd omlaag. De gebroeders Jansen, Egon en Eston (de blanke en de zwarte) hadden hun slaapplaatsen in het verlengde van mij en aan mijn hoofdeinde was de slaapplaats van Mannot. De barak werd naar mijn mening alleen maar overeind gehouden door de spinraggen.In het bos achter het radiostation hadden we een geraamte gevonden en zo ver als onze anatomische kennis reikte, hadden we dat geraamte in elkaar gezet en links bij de ingang opgehangen. Wij DETA-jongens, de grote Nimrods aller tijden, durfden als we ‘s avonds thuis kwamen er zelf nooit langs te lopen. Het skelet hing daar dan ook echt heel pontificaal en angstaanjagend bij.

De Bouw

Onze bouwwerkzaamheden bestonden er uit om de barak tegenover het Spookkasteel in orde te maken voor onderdak van gezinnen, die uit Java over zouden komen. Het werden allemaal kamertjes, afgetimmerd met hardbord. De gezinnen hadden een huiskamer en een slaapkamer. Tegenover de kamers kwam er een gemeenschappelijke keuken en er was ook badgelegenheid. Zo hebben we uiteindelijk vier van die barakken in elkaar gezet. Zoals ik al heb geschreven zaten we in de menagerie bij de familie Verhoef, totdat op een dag midden in de maand mevrouw Verhoef het niet meer kon bolwerken om onze hongerige magen te vullen. We kregen de helft van ons geld terug en aten alles in één dag op in het restaurant van ONG. De rest van de maand leefden we op de bon. De ene dag Bapao met groene stip, de andere dag Bapao met rode stip. “Who cares?”, we maakten de Bapao open, kwakten er een hele pot sambal in en de honger was gestild. De maag was dan wel “kepidissen” voor een hele avond en de volgende ochtend was het "tjeret de koetsier men"( je moet dit heel snel achter elkaar zeggen).

 

 En ja, we hadden altijd honger, vooral na het eten ...... Soms hadden we geld, maar konden geen eten kopen en soms hadden we geen geld en toch eten bij de vleet. Bij ONG hebben we een keer gegeten zonder geld ...... en phajak (ongelukkig), maar daar kwam natuurlijk de politie bij. Politieman Si Nelwan loste dat op en als tegenprestatie moesten wij het huis sapoe-en en de tuin kebon-nen. Voor ONG was het de reden om eerst ons geld te laten zien, als wij daar weer gingen eten.

 Ook zijn we bij Opa en Oma Pasco(Opa had een Kaliber 21, maar daarover later meer) in de menage geweest en weer in het midden van de maand kregen we ons geld terug(net als bij de familie Verhoef), want wij aten ze de oren van het hoofd. Dat zeiden ze tenminste ......, maar dat was niet waar. Het was immers altijd gebakken Corned Beef en mijn kop zag er van uit, als de stier op het blikje. Tegenwoordig, als mijn vrouw geen zin heeft om te koken, dan openen we een blikje corned beef en eten het met sambal en lalap of “what ever”, sedap pèh ......

wordt vervolgd..

Raboe, Raboe, Raboe ......... nu zeggen ze Meppen, Matten

Heavy waren natuurlijk ook de verhalen over de vele vechtpartijen waar DETA-jongens bij betrokken waren. In veel gevallen krijgen deze verhalen met de tijd een soort van grootse Heldenverering.

 Paatje Bruininga vertelt erover:

 RABOE, RABOE, RABOE, dat was het trefwoord in die tijd voor MEPPEN (nu zouden we zeggen MATTEN) waar dan ook.

 Enige MEP-partijen, RABOE ..... Slockershuis, RABOE ..... Omloo, RABOE ..... Keiezen.

De reden voor dit soort van tijdverdrijf????????????

En al deze zogenaamde Raboes ontstonden door grote fustraties, waar wij niet echt goed raad mee wisten en die wij ook niet kwijt konden. Grote frustraties ook al omdat er naast werken, slapen, eten en drinken weinig of geen vertier en ontspanning was in Hollandia.  Soms kon je, als je weer wat geld had een bioscoopje pikken, maar meestal liep je met een stel maten met je ziel onder je arm rond.Meisjes daar in die tijd, zag je in een flits langskomen, maar de meeste waren gekoeroeng (\ goed beschermd eigenlijk gekooid, zoals bij vogels)) en onbereikbaar voor ons.  Een kleinigheid was voor ons al voldoende om op de vuist te gaan en alle frustraties van je af te slaan. Uiteraard niet zoals tegenwoordig het geval is met messen of zelfs pistolen. We gebruikten alleen onze vuisten, helaas niet altijd terecht.

Raboe, Raboe ......... Slokkershuis

Marine matrozen tegen DETA-jongens. Slaan, blazen, fluiten en de aanleiding was eigenlijk heel simpel.  Eén van de meisjes van een aanwezige DETA-jongen wordt ten dans gevraagd door een Marine-man, waarna deze een beetje te handtastelijk wordt. De jongen sloeg er gelijk op, waarna iedereen met elkaar op de vuist ging. Het was geen probleem om Marine-mannen te herkennen, want ze droegen altijd een baaienhemd, wit met blauwe randjes langs de nek en de schouders. Alles wat wit was werd door ons de tent uitgeslagen. Later was ik ook van de partij... maar toen droeg ik een Mariniers uniform.....het houd niet op voor de Deta-Jongen....

 

 Veel meer was er niet aan de hand, maar het nieuws ging als een lopend vuurtje door de kleine stad. De meeste andere jongens kwamen toen de Raboe...... al lang achter de rug was. Natuurlijk werd het verhaal de volgende morgen in de verschillende werkplaatsen en op al de bouwplekken goed aangedikt. Maar zelfs de overheid beschouwde het gebeuren als een incident. De Jannen van het Marine schip kregen wel een passagiersverbod van hun commandant, maar ook dat duurde niet echt lang. Desondanks was er een DETA legende geboren, dat van de ........ Slokkershuis RABOE.(Het Slokkershuis lag onder Berg en Dal aan het strand)

Volgende Raboe: Omloo..


Raboe ........ Omloo

Omloo, een Landmacht bakker, die na vertrek van de Landmacht uit Nieuw-Guinea als burger achterbleef, had op het Imby terrein een bakkerij. Maar hij had in zijn zaak ook een kleine bar, die druk werd bezocht vooral als de Hollandboot binnen lag. In die tijd waren de idolen van ons DETA-jongens, John Grimek, Melvin Wells en Steeve Reeves. Allemaal van die bodybuilders en zo eentje hadden wij ook in ons midden. Iemand die we John Grimek Kantoeng noemden (John G. in zakformaat).  Hij had een beetje lang haar en zo kwamen we bij Omloo binnen. Een van de daar aanwezige matrozen vond zich geroepen om over het haar van JGK te strijken en zei: “Hoe gaat het schat?”. JGK antwoordde: “Goed hoor, lieveling” en haalde gelijk van onderuit richting kin van de matroos en toen had je de poppen aan het dansen.

 RABOE........, het sleutelwoord was er weer en net zoals in het Slockershuis was direct duidelijk wie je moest slaan. De DETA-jongen Bruckner kon maar niemand vinden om neer te slaan en sloeg toen maar tegen de WC-deur.  En ja hoor, daar zat een sailor en zonder ook maar gelegenheid te hebben om van de pot op te staan kreeg hij er van langs. Die zeeman weet nog steeds niet wat er toen precies met hem is gebeurd.

Zelf had ik een hele grote dikke zeeman tegenover me, die mij gelijk in de houdgreep nam. Zo rolden wij over de grond naar buiten en voor mij duurde die omstrengeling vervelend lang. Graaide ergens naar op de grond en had opeens een karang steen te pakken.  Heel gemeen eigenlijk, maar ik gaf de grote kerel er direct een soejang mee, waardoor hij gelijk los liet.  Nadat alles was gesust, zijn we gezamenlijk een biertje gaan drinken en die grote sailor zei me: "Je bent wel klein, maar je hebt een enorme harde slag". Wie ben ik om hem tegen te spreken. Omloo draaide die avond toch weer een goede omzet en aangeschoten liep ik met vriend Paul terug naar de barak.

Onderweg ging Paul Blommaert op de grond liggen en zat te treuren over zijn meisje op Java. Bij een poging om hem te troosten ging ik per ongeluk op zijn hand staan. Paul begon te vloeken en ondanks dat ik hem aan het kalmeren was bleef hij vloeken. Hij vroeg steeds weer: “Wie staat er nou toch op mijn hand.......?” Heb hem niet verteld, dat ik dat was geweest, die op zijn hand had gestaan en zo gingen liepen we verder, de nacht in......terur naar onze veldbedden in de Barak 23 "De goede Hoop"" aan de Oranje Laan in Hollandia Haven.... wat en Nacht...

Volgende Keer : Raboe Kainezen.

Raboe ...... Keiezen

Wat eigenlijk de oorzaak was van dit tumult, weet ik niet maar het begon te rommelen tussen de DETA-jongens en de Keiezen die in APO-kamp lagen en zoals altijd was voor de reden voor weer een RAboe minder belangrijk.  Weet nog wel dat plots op een avond Raboe.......werd geroepen en we togen richting de Bernhard-brug. Naast mij liep Doppy Roman van Schaik met een schop.

“Waarvoor die”, vroeg ik ......”Gelijk begraven”, zei hij, maar zover kwamen wij niet, want de politie stond ons al op te wachten en met harde hand werden wij teruggedreven. Kreeg zelf nog een klap met zo'n gummie knuppel en dat deed zeer.  Zelfs dagen erna gingen we de stad niet in, zonder één of ander verdedigingswapen bij de hand. Zo liep Doppy op een avond zwaar gebogen naast me naar de bioscoop. Toen wij daar werden gefouilleerd kwam er een zware ketting (sepaha kedhe) tevoorschijn. Daarom liep hij zo krom.

En dan hadden wij ook nog een kleurrijk iemand als Armand Schardijn in ons midden. Hij was bij de Gadja Merah geweest en liep altijd met een Stetson hoed op. Zijn stopwoorden waren "zwaar van de Ketjap" of "zwaar van de gondoroekem". Wat dat betekent? Al sla je me dood, ik weet het nu nog niet. Het zal wel zoiets zijn, als wat men tegenwoordig zegt, zoiets als bijvoorbeeld "cool man".  Deze Armand had altijd een riem om zijn middel met twee holsters, waarin van die klapperpistolen zaten. Niet lang na het Keiezen gebeuren draaide hij zich met de klapperpistolen in zijn handen plotseling om, naar de twee agenten die gewapend achter ons liepen. Zij schrokken zich rot en richtten direct hun karabijnen op ons. Gelukkig konden zij er later wel om lachen.Hij was een broer van “Bolle” Schardijn, die een ieder in Kota Baroe kent. "Bolle" Schardijn was immers bakker bij die bakkerij richting Pantai (van de Moosdijk) en was een oud VDMB-er (VeiligsheidsDienst Mariniers Brigade). Maar zoals het met alle andere conflicten ging zo was het conflict met de Keiezen al snel verleden tijd.

 

 

 

Naschrift Rob Griët:

 

 De aanleiding van die vechtpartij met de Keiezen staat mij nog gedeeltelijk bij. Ted Schaverbeek (ex-DETA, werkzaam bij de RWD) werd op de Pantaiweg ter hoogte van Warung Pantai neergestoken door een Keiees. Hij kon met pijn en moeite naar huis, de eerste IJsselstein woning schuin er tegenover, kruipen en van daaruit naar het hospitaal gebracht. De dag nadat Ted was neergestoken zijn de DETA jongens uit Kota Baroe hun vrachtwagens uitgestapt bij het sportveld voor de familie van den Dungen Bille. Op hun bouwplaatsen hadden ze al volop wapens (hout met spijkers en zo) gemaakt. Hielden daar de vrachtwagen met Keiezen aan en sloegen ze allemaal van de vrachtwagen af.Als kleine jongen, wonend ter hoogte van de Sentani soos (EDO clubgebouw) zag ik veel bebloede Keiezen via de betonnen paadjes achter de Cycloopstraat naar boven rennen, richting Hof van Justitie en Hospitaalweg. Pas later toen gewapende MP en Politie door de straten patrouilleerde hoorden we van de vechtpartij. Weet dat verschillende ZIGO en WIK voetballers een tijdje in de "Boei" hebben gezeten. Met meerdere mensen uit de verenigingen werden pakjes sigaretten en snoep over het hek gegooid als de jongens werden gelucht. De bewakers knepen een oogje toe.

 Er heeft toen echt nog een hele tijd een gespannen sfeer geheerst in Kota Baroe.

Hierna de Zeevisserij...zonder visserslatijn....!!

De Kustvaart met het m.s. Cyloop

We gingen dus weer terug naar Hollandia en daar werd ons contract met de Zeevisserij ontbonden. Zelf kon ik gelijk aanmonsteren als bootsman op de m.s. Cycloop, een kustvaarder met als gezagvoerder kapitein Schrik. Daarnaast had je aan boord stuurman Schuurman en machinist v.d. Schoor uit Holland.  Andere bemanningsleden waren A. Pieters, motorist, G. Hoogland ook motorist en Karel Straus, die matroos was. Later kwam FransWijnhamer er nog bij. Verder waren er nog enkele Papoea’s aan boord. Zo begon voor mij een nieuw zeemansleven. Het was goed werken we struinden de Noordkust af naar producten. Daarvoor hadden we Chinezen aan boord met ruilmiddelen zoals Sarongs, borden, suiker, zout, knopen en blikjes voeding. Echt een complete Chinese winkel en daar dreven de Chinezen handelen mee. In ruil voor al deze waar kregen ze producten zoals; Kopra, Damar en Lola. Dit laatste stonk heel erg en wij moesten dat aan boord laden en in het ruim stuwen. Een behoorlijk zwaar karwei. Het was alsmaar varen geblazen en onderweg leek het wel zoiets als de wilde vaart. Eerst met een volle lading naar Hollandia, onderweg al werden de producten verkocht aan Tje Kia in Manokwari en konden we terug naar Manokwari. Die had het weer verder verkocht aan Ong Ak in Sorong. Enfin, wij bleven varen en zo leerden we, althans ik, heel veel over de platte Zeevaartkunde waarbij ik veel steun kreeg van de kapitein en de stuurman. Laten we zeggen dat ik een beetje talent had en steeds meer en meer liep ik zelfstandig de hondenwacht. Mocht zelfs alle scheepszaken onder mijn hoede nemen, zoals het onderhoud en zo. Langzaam aan kreeg de Kapitein het idee dat ik maar naar de Zeevaartschool in Hamadi moest gaan om me verder te bekwamen in de Zeevaartkunde. Zo kwam ik terecht in Hamadi, samen met Piepelenbos, een Werktuigkundige. Ben daar aan de slag gegaan met alles dat ik al in de praktijk had geleerd. Nu werd ik wel theoretisch bijgeschoold en kreeg ik tenslotte het certificaat Stuurman Locale Kustvaart, met een speciale aantekening dat ik 24 uur ver uit het continentale vlak mocht varen.  Werd hierna weer geplaatst op het m.s. Cycloop, waar Schuurman inmiddels Kapitein was geworden. Ik werd stuurman en wat was de samenwerking grandioos. In mijn contract stond dat ik scheepsofficier was met een wedde f 500.- Nieuw-Guinea guldens per maand. Met eetgeld van f 5.- per dag, en nog wat kosten voor afscheep en inscheep haven, was ik de koning te rijk. We voeren de gehele Noordkust af tot aan Seroei en Sarmi toe. Zo moesten we een keer in Seroei de familie van Genderen ophalen en mevrouw van Genderen mocht gebruik maken van mijn kajuit. Dat was toch een hele eer voor mij. Het ging allemaal prima totdat er in Merauke een stuurman nodig was op het m.s. Carstenz

Het m.s. Carstenz

 Met tegenzin ging ik er naar toe en daar kwam ik onder een Keiese kapitein van de Gouvernements Marine te varen. Ze hadden hele andere salariëringen en een heel andere mentaliteit. Het begon daar te knellen, o.a. omdat zij voor etensgeld maar f 2,- kregen en dat van mij was f 5,-. Zelf had ik daar natuurlijk geen problemen mee omdat ik wel f 3.- overhield. De kapitein vond dat het maar in de pot moest voor de bemanning en daar voelde ik niets voor. Op en gegeven moment voelde ik me aan boord goed bedreigd en sliep zelfs met een doorgeladen revolver onder mijn kussen. Om me te bedreigen viel er aan dek wel eens een giek. Moest veelvuldig wachten lopen want de gasten aan boord waren van het slag om naar de sterren te kijken om precies te weten waar ze zaten. Zonder mijn peilingen zaten we toch wel eens verkeerd, wanten zandbanken willen wel eens op de loop gaan, vooral in de zuidkust door de rivieren. Door de muskieten en de echt ongemakkelijke Papoea’s van de zuidkust voelde ik me echt niet thuis. Alles was zo singjoe(geestengevoel) en de rivieren stonken altijd wat het niet prettig maakte om daar te varen...........

 

 Enfin toen de m.s. Carstenz op een dag wou uitvaren, stond ik op de kade en de Djuragan (de Kapitein) zei: “Silakan toean stur”, zei ik: “Zwiepen djuragan”. De havenmeester kwam erbij en begon mij te dreigen met contractbreuk, want hij was ook agent van de rederij. Door allerlei vorige akkefietjes met hem wist ik dat ik ook geen steun aan hem had.  Ben daarna met de KPM boot naar Manokwari vertrokken en dat bleek een goede beslissing.

 Eindelijk Manokwari..... een plaatsje apart..!!

Enkele foto's uit mijn Kustvaartijd in de wateren van Nieuw-Guinea.

Manokwari

Met de boot aangekomen in Manokwari wist ik helemaal niet wat me te wachten stond, maar ik dacht: “Geef niks, we zien wel”. En ja hoor, ik kon weer als stuurman aan het werk bij De Brais Bakker op een bootje dat “de ZWERVER" heette. Het was een houten boot met benzinemotor dat hiervoor later aan de ketting zou worden gelegd. Maar voor die tijd ging ik eerst producten en mensen overvaren naar Noemfoer, voornamelijk spullen van toko Tje Kia. Dat was dus pontjes varen. Op den duur moesten er zoveel mensen vervoerd worden dat het leek of ik illegalen weg bracht. Later bleek dat ook zo, want het schip was alleen bestemd voor vrachtvervoer en de mensen zaten dus in het ruim opgepakt. Op een dag kreeg ik motorpech en dobberde ongeveer 12 uurtjes op zee. Kreeg op het nippertje de kans om te landen op een puntje van Noemfoer, want anders hadden we op de grote oceaan liggen dobberen. Nadat we de reparatie hadden verricht keerden we op een halve motor naar Manokwari terug. Waar het schip door de havenmeester aan de ketting werd gelegd. De Brais Bakker was nergens te vinden, had geen geld, geen eten, geen huis en daar stond ik dus met de verrekijker, de radio en nog een paar dingen die ik van boord had gehaald en kon verkopen. Gelukkig was de heer v.d. Heijde zo goed om mij op te nemen in zijn klein sleephelling bedrijf. Daar kon ik werken, samen met Herman Horstman Horst, Toontje Mager en Emiel Lans. Alleen voor kost en inwoning, maar soedah dat was goed.

 Mevrouw v.d. Heijde kookte altijd een hele grote pan met rijst, zo'n waskom met bloemetje figuur, deed er nog wat sajoer en corned beef bij en wij schepten onze borden vol. Horstman Horst, een hele grote man, wachtte geduldig totdat wij hadden opgeschept en dan pakte hij die waskom met rijst. Gooide er alle gerechten in en begon dan, met de hand, te eten. Wij wisten daarna wel dat wij eerst ons bord vol proppen voor de volgende ronde want als Harry begon te eten was alles zo op.  Dat werk op de sleephelling liep uiteindelijk ook op niks uit. Het was er wel leuk, maar dan voornamelijk omdat ze in de tuin een badminton veld hadden waar wij iedere avond badminton konden spelen. Onze club heette SIDOLIG en er waren veel lieve meisjes bij, wat nieuw was voor mij.

 Ging daarna bij houtzagerij v.d. Hout werken, maar ook niet voor lang want dat was alleen maar werken voor rijst met corned beef of pilchard vis. Ook dat had ik zo bekeken, maar bleef in de houthandel nu bij Baume waar ik met een bootje boomstammen van Oransbarie naar Manokwari moest slepen. Spannend werk samen met een Papoea. Als het op zee stormde, dan zag je de ene keer de sleep boven je en daarna beneden je. Elke sleep duurde twee dagen, maar koude rijst met vis begon me ook de keel uit te hangen. In die periode sliep ik in Wosie bij Brilman in zijn goeboek "EL RANCHO THE TREE BELLS". We konden daar heel gevaarlijk de helling af fietsen, zo de deuropening doorknallen en onze fiets naast het veldbed knallen, waarvan de klamboe nooit werd omhoog gehaald. Onze badkamer was een drum en het water kwam uit bamboekokers die in elkaar overliepen vanaf de bron. Het water liep constant door. Soms moest je de “leiding” repareren als het omver gelopen was door een zwijn of zoiets. We sliepen er met z’n vieren, Veerman, Gibson, Brilman en ik. Op een dag werden we alle vier ziek getroffen door de malaria. Dat betekende dat we echt ziek waren en met malaria is het zo dat wel s'ochtens ijskoud hebt en ‘s middags loei warm.  Toen we weer beter waren keken we om ons heen dachten echt, dat we in de hemel waren. De hele tijd had de familie van Rooyen voor ons gezorgd en alles was netjes opgeruimd.

 Zo gingen we verder met werken, totdat ook Baume verleden tijd was en aan het werk kon bij de Residentie Waterstaat. Het stond RWD en als grapje vaak betitteld als RESTant. WAT_ER_STAAT.  Ik werd er aangenomen als chauffeur, maar ik had helemaal geen rijbewijs. Dus reed ik naar het Politie Bureau met de Daf van de RWD, en vertelde de Inspecteur, dat als ik geen rijbewijs kreeg, ik geen werk had en ik dan wel eens vervelend kan worden. Hij begreep mij gelijk, ik reed af en keerde naar het werk terug,met alle cattegorien van het Rijbewijs en terug bij de RWD, waar ik me moest vervoegen bij de Ir. Leeflang. Hij vroeg mij naar mijn rijbewijs en ik kon het hem zo geven. “Je hebt het vandaag gehaald”, zei hij. Nou dat was toch ook zo, maar ik kreeg mijn baan bij de wegenbouw. Had een rode DAF met het opschrift "SCARMOUCHE" uit het verhaal van de rode pimpernel, weet je wel. Het was de enige wagen, die kon dansen want ik had geen hydroliche schokdempers. Mijn taak was ‘s ochtend Arfakkers ophalen in Mango Api, zand laden in Rendanie en langs de Fanindiweg gaten in de weg volgooien. Zorgde er wel steeds voor, dat ik om 12 uur bij Mevrouw Paulus was, want die verkocht heerlijke lotek.Als mijn truck vol stond met Arfakkers uit Mango Apie reed ik de helling af in zijn vrij, want die Arfakkes stonken een uur in de wind. Op een dag kwam er een heleboel geschreeuw achter uit de bak en toen ik stopte, bleek dat een Arfakker onder het rijden uit de bak was gestapt omdat hij zijn vrouw langs de kant van de weg zag staan. Je kan na gaan wat voor ravage dat bij die Arfakker had veroorzaakt. Ik naar de Arffakker, Helaas was ik vergeten de handrem er op te zetten en zag de wagen met de resterende Arfakkers de helling aftuinen, maar gelukkig in een rozentuin van een kolonist belanden. Er moest wel een tractor aan te pas komen om de wagen vrij te trekken en die Arfakkers hadden een vreselijk lol.

 Zo verliep mijn leven verder op rolletjes. Werkte samen met Sam Dumas, werd af en toe verliefd en ging voetballen bij SIDOLIG. Daar was De Pauw, Toekang Lanka,(pentjaker) die na elke trap een volledige workshop van pentjak gaf. Bij de wedstrijden werd er alleen de score bijgehouden en bij de onze van de mensen die eruit werden getrapt.  Maar daar leerde ik ook Pietje Klink van Sparta kennen en de familie Nuse, die drie “bioetiful” dochters had. Anneke werkte op een keer in de tuin, in een schort en ik kwam er op de fiets aan en reed zo tegen een stilstaande wagen  . Naast allerlei sterretjes zag ik toen ook nog een maan. Na de R.W.D. heb ik nog even bij de Genie gezeten, heb daar ook nog de munitie bunker gebouwd. Toen kwam de werving voor het korps Mariniers en samen met nog 23 DETA jongens begon ik aan een nieuwe periode in mijn leven.

 Op 13 januari 1956 om 15.00 uur tekende ik als MARN 3e KLAS en op 1 april 1983 ging ik met eervol ontslag.

Heb mijn leven in Nieuw-Guinea, als DETA-jongen en er valk na, gevierd zoals het was, maar heb er DETA-jongen bij het Korps Mariniers (Deel 1 - Opkomst in NNG)

Enkele Foto's uit de Manokwarie tijd...

 Even kennismaken met de DETA-jongens die samen met mij zijn goedgekeurd om als Marinier te dienen.  Heb nog een foto van 8x5 en met een vergrootglas en die grijze massa van mij moet ik het maar doen, ajo:

 V.l.n.r.:

 Jim Wolterbeek, Halkema, Wijnhamer, van Bronkhorst, Neijendorf, Smith, Tokaya, MacMootry, Hans Harrebomee, v.d. Boogaart, Meulenhof, van Geenen, Edu Zimmerman, "Mientje" Vermeulen, Schultz, John Koster, Henkie Muller en dan mis ik nog een paar namen, maar daar kom ik later op terug.

Met deze jongens ben ik opgekomen, maar er zijn nu al een heleboel met de “laatste gelegenheid” vertrokken nar het Walhalla van het Korps. Naar mijn weten zijn Mac, Jim, Schulz, Hans, Henkie en ik nog op deze aardkloot. Hoop de rest ooit weer te zien, waar dan maar ook .....

Volgende Keer Aanvang Korps Mariniers.....


Van Burger tot Marinier……

In Manokwari moet ik me melden in het Marinierskamp bij de Officier van Administratie (meneer Balljui). Daar kregen we de reisopdracht om per Catalina naar Biak af te reizen. De Cat was volgeladen met groenten en fruit uit Manokwari. Tijdens de reis zag ik de stuurkabels zo voor mijn neus heen en weer gaan, en wat was het koud onderweg.

 Op Boroekoe aangekomen gingen we per DAF truck naar het kamp, op de base onder aan de ridge. De eerste dag al “Baris Tempeh”, achter elkaar lopen naar de kapper, naar de foerier, naar alle kantoren, dan naar de ziekenboeg. Ademhalen, geklop op je lichaam, gebukt gaan staan en dokter, hij “kijk achterin”. Tegen mij zegt hij: “Goed Voor aardbeien”, daarna bloed afnemen en door naar de “hersenentest”. De dokter laat veel platen zien met inkt afdrukken die seksistisch uitzagen en wij zeggen met een stalen gezicht; “een vlinder”, “een boot”. Eén keer bijna verkeerd gezegd en hij vraagt opnieuw. “Multiple choice” raden, als niet A, als niet B, wat is het dan? Als je slim bent, dan zeg je C. Maar sommigen “nambeng” (eigenwijs) en zeggen B. Tegelijk “eruit”, afgekeurd.  Grote namen, als Beeldsnijder van de Comptabiliteitsschool en HBS, allemaal naar huis gestuurd. Dus wij, de anderen, lachen dom en zeggen: “Onze school, HS School, afkorting van Hollandse Chinese school. “OK”, zegt de Sergeant (vroeger kon hij zelf niet meekomen op de lagere school, maar is nu wel SERGEANT). Hij vraagt mij: “Wat zijn de twee gelukkigste jaren in je leven?” ..... Mijn antwoord: “In de tweede klas, Sergeant”. En toen kon ik de helm opzetten en de Dungarees met leggings aandoen. Hiervoor echter moesten we eerst in burgerpak voor het commandements gebouw aantreden. Eén voor één werd de naam afgeroepen en ik weet nog dat ongeveer 1500 uur Nieuw-Guinea tijd, ik mijn handtekening zette (27 jaar later zette ik weer een handtekening, maar dan voor mijn ontslag) voor de tijdsduur van 6 jaar. Kon daarna weer naar buiten en moest wachten op de volgende die in de gelederen aanschoof. Kolonel Honig kwam er aan en hij had een paar ogen, die dwars door je heen keken. Voelde tenminste in mijn achterhoofd “kejoetketjoet”. Hij vroeg aan mij wie ik was en ik antwoordde: "Bruininga, meneer” en zo ging hij het rijtje langs tot dat hij bij Hannes MacMootry kwam. Deze sprong in de houding en zei: “Marinier 3, MacMootry, Kolonel".

Nou kregen we direct niks anders dan piepjes..... te horen. “Jullie zijn piep, piep, piep....., vergeet dat piep, piep, piep..... niet, er is er maar één piep, piep, piep....., die weet wat hij heeft gedaan, piep, piep, piep....., kwam als burger in het gebouw en kwam er als piep, piep, piep..... Marinier uit piep, piep, piep.....piep.  Nou we hebben het geweten en in de barak hebben we daarna de planken onder het matras van MacMootry weggehaald. Piep, piep, piep..... piep, maar deze Hannes MacMootry was een Marinier in hart en nieren. Loyaal naar boven, maar vooral ook naar beneden.  Later auteur van het boek "In dienst bij het Korps Mariniers” (27,50 Euro bij de boekhandel.........

Wij worden echte Mariniers.... denken wij..!!

Begin van het Mariniersleven

Na de preek was het om 1500 uur theewater en om 1800 uur avondeten. Brood met "Sterfopstraatworst",(cerverlaat) en worst met “Coördinaten” (Bloedworst) en “Technicolor” (gekleurde muisjes). Het brood moest je nog snijden met iets dat voor een mes moest doorgaan. Het was meer hompen brood rukken, maar dat smaakte ook goed.  Na alle commotie moesten wij ‘s avonds onze kleren en uitrusting gaan merken. We gebruikten ankersteken met rood garen, want we hadden niks anders en mijn nummer was 12332. Tot op heden kan ik mijn eigen kleren herstellen.  Hierna moesten we onze kast model inpakken, iets wat mij in mijn hele Marinierstijd nooit is gelukt. Altijd werd het, “alles in dat gaatje proppen”, met alle problemen van dien.  Onze baksmeester, Korporaal Bakker en vice-baks, van der Ven, waren beste kerels en we hadden een streepje voor bij hen, want zij hadden in Indië gediend en dus was dat ”Telor Kodok”(Gekookte ei) voor ons. Die eerste avond gingen we op geruite matrassen onder de klamboe en was het afwachten wat de morgen ons zou brengen. En wij sliepen de slaap der gerechtvaardigheid

PRIééééééééT…….

PRiéééééétttttt…

Het fluitje van de Baksmeester maande ons tot opstaan. “Trekeruut, scheur dat geraamte uit die vette lappen”, en dat om 0600 uur in de ochtend. Meulenhof naast mij zegt: ”Heerlijk uitslapen zo tot 6 uur”. Maar hij heeft dan ook als bakker gewerkt. “Over 10 min. aantreden in sportkleding”.

Nou dat betekende voor ons dus, in de looppas kleden. In blauwe broek en sportwitje met blauwe rand, 1 stuks, en een paar gympies van HEVEA. Zulke dunne zolen, 2 stuks, dat je denkt op je blote voeten te lopen. De baks heeft poten “kajah Giraffe”, lang en snel en wij er achteraan om het kamp heen. Daarna poetsen en opknappen, klaar maken voor het ontbijt. Hetzelfde als het avond eten, “Sterfopstraatworst/Technicolor” en deze keer stroop zo dik als teer.

 Na het ontbijt werden wij opgewacht door de MP bij overal hoopjes aardappels. We moesten aardappels jassen. Wij, Indische jongens, zijn gewend om van ons af te snijden, maar dat doen ze hier anders. Naar je toe, met als gevolg dan maar vierkantjes snijden. Waarna we werden afgemarcheerd naar de barak, voor nog een keer poetsen en opknappen, om daarna naar baksgewijs te gaan.

 Precies om 0800 uur “teeeteeret”, alle Mariniers op het exercitieterrein aantreden. De baksmeester meldt zich bij de Sergeant en zegt: “Niks Loos”, de Sergeant gaat naar de Sergeant-Majoor en zegt: “Alles goed”, de Sergeant-majoor gaat naar de Adjudant en zegt: “Alles present”, de Adjudant gaat naar de Luitenant en zegt ..... ”hrtgeus mompel.. nu”?? De Luitenant gaat naar de 1e Officier en zegt: “..... ik weet niet, dit te ver om te horen” en de 1e Officier gaat naar de Commandant en deze is tevreden. Gaat daarna koffie drinken, terwijl de anderen in dezelfde volgorde maar dan terug rapporteren. Zelf denk ik: “Deze, als ik moet permissie vragen om te schieten, ik al mampoes”.(Al dood)

Maar na het appel moeten we snel omkleden voor geweer exercitie, dat betekent marcheren in dungarees met leggings (niet die van de meisjes, maar dit zijn zogenaamde puttees tegen slangenbeten). Het is dan met geweer over de schouder en de arm 90 graden zwaaiend, linksaf, rechtsaf, op de plaats mars, voorwaarts, achterwaarts, ajo, soms alle kanten tegelijk op. We leren alles wel, maar raken soms in de war en dan getoebroek (botsen) op elkaar. Maar we hebben een groot talent en uiteindelijk lukt het zonder mankeren.

 

 Kunnen om 1000 uur koffie drinken met cake en gaan dan naar de geestelijke verzorging. “De protelieken links en de kathestranten rechts”, zegt de Baks, dus gaan wij rechts, want daar zijn de meeste vrije dagen. We luisteren naar de Vlam(vlootaalmoezenier), maar onze ogen worden zwaarder dan onze interesse voor het geloof en we geloofden alles. Af en toe moeten we gaan staan, anders gorok (snurken) (wij hadden het geluk dat wij met open ogen konden slapen. geleerd op de Zondagsschool je weet wel Kain sloeg Abel met een klewang zijn hersenen in..) ..... Daarna is het middagschaften aan de bakken ..... Aardappel met iets groens en een rubberen bal gehakt, soms een vierkante aardappel. Dan is het middagrust tot 0400 uur, daarna zwemles, als ratten.

 In de avond een voorlichtingsfilm in de "Krasnadrumski" (de openluchtbioscoop in Biak). Het gaat over venerische ziektes en na afloop durven wij niet eens meer aan een meisje te denken laat staan kijken, maar dat was in Holland gauw afgelopen. Na deze voorlichting film was er een film met Hedy Lamar en Gary Cooper, je weet wel, die ven met sleret ogen”(.Sleepende ) Waarna we terug in de barak om te lappen en naaien (Kleren Nummeren etc.etc).

 Om 2000 uur “kooien af” en dan mag je in je nest kruipen en om 2100 uur is de "ROND". Er komt een Marinier langs met een lamp, die "ROND" roept, achter hem aan loopt de Officier van de Wacht en een ieder die nog zit, moet in de houding gaan staan en degene die in bed ligt, moet ook in de houding liggen. Nou is dat niet zo moeilijk, want ik kan wel 2 km in de houding liggen.

 Om 2200 uur is het "STIl AMUSEMENT’. Nou stilte, door al dat gegorok kan je soms geen oog dicht doen, maar later ben je toch zo moe en dan droom je ver weg. Weer terug naar barak de Goede Hoop ..... aan de Oranjelaan.

 

 Een Marionier heeft een zwaar leven. 

Een Marionier heeft een zwaar leven.

We worden Marinier

Tot ons vertrek op 16 april 1956 waren we op Biak bezig onze E.M.V.(Eerste Militaire Vorming) door te worstelen. Alles wat we moesten weten om een Marinier te worden werd ons geleerd van hoog tot laag, van onder naar boven, van links naar rechts.  We kregen geestelijke vorming, je moest de Baksorde uit het hoofd kennen: "De Koningin begeert dat orde en tucht terechtwijzing en bestraffing beloning ..... enz, enz, art. van de krijgstucht. Het art. van de baksmeester was het makkelijkst, art. 1 "de baksmeester heeft altijd gelijk”; art. 2 “als de baksmeester ongelijk heeft dan treed art. 1 in werking.....???. Je kan zo geen kant uit, maar de rest van de Mariniers wist nu heel goed, dat wij het beste volleybal team hadden; Harrebomee, Zimmerman, Wolterbeek, Schultz, van Genen en Bruininga. We waren goochelaars op het veld en spoedig waren we “numero uno” en ook onze exercitie was net echt.

We kregen onze eerste Kaki met bivakmuts en daarop een Torretje (het embleem van het korps). Je mocht gaan passagieren en je kon nu het verschil tussen een burger en een Sergeant onderscheiden. Onze marsen door Biak werden uitgebreid van 10km naar 20km en op het laatst 40km. We hadden kampschoenen met kopspijkers, 12 per schoen en onze “field”schoenen leken op fluwelen schoenen, als je die goed behandelde. Onze dungarees met leggings en onze pack en koppel konden we als de beste inscheren, zodat je bij het marsen geen last kreeg. Maar als je begon te lopen kreeg je sowieso toch van alles last (ik heb nooit goed kunnen lopen).

We kregen onze eerste bivak in de bush. Tentje opzetten en voor je eigen eten zorgen, nou dat was voor ons “Telor Kodok”. We kregen ringpier tussen de liezen en op ziekenrapport kreeg je er salicyl spiritus op en dan vloog je tegen het plafond. Alles rond je lies werd wit, maar dat was een paardenmiddel voor het paardenvolk.

 

 We lieten onze eerste foto in Mariniers Kaki maken bij de Chinese fotograaf.

 We werden al aardig Marinier, je wist immers wat "ketelaar” was (telaatkomers), je wist wat “voorschaften” was (vooreten, d.w.z. eten voor de officiële tijden) en je wist wat “schaften” was.  Nou, als je alle drie gebruikte, was je onder de pannen.

 Na het eten toch elke avond naar “Krasnadrumski” met zitplaatsen van halve drums, die wit waren geschilderd. En als het had geregend en er zo'n plasje in de drum lag, die je niet kon zien, dan had je de hele film een natte broek. Nou ja, het was toch warm weer. De E.M.V. naderde zijn einde en we begonnen echt op een Marinier te lijken. Hoe dat is, kon je gelijk zien, dom en gewillig. De lesuren, die we elke dag kregen begonnen hun vruchten af te werpen en onze baks had een groen en een blauw oog dat heel vreemd keek, als de les een beetje aftands begon te raken. Ik vroeg hem dan: "Baks, hoe was het in Indonesië?” En dan begon hij daarover te vertellen tot het lesuur over was en elke keer weer vond hij dat wel leuk om te doen en wij, wij luisterden allemaal als één oor. De tijd brak aan, dat wij naar onze plaats van herkomst konden gaan om afscheid te nemen van onze familie? Ik had er niemand, maar ik vroeg toch Manokwari aan en zo gingen we naar Manokwari om afscheid te nemen.

De Personeelskaart


Sjimmie en Sjonnie Nieuw Bakken Marionier...Biak 1956.

Sjonnie "" De Marinier"" Heel diep Sjonnie ""De Mens""

De Personeelskaart

Heb nog een oude personeelskaart van mij gevonden en hier is op de dag af precies te zien wat ik gedaan heb, waar ik heb gezeten en wat ik daar heb gedaan.  Dan zie ik de juiste data's, waarmee ik me in mijn relaas soms heb vergist. En 33 jaren gevat in twee A4tjes. Maar nu heb ik de juiste info, waarin precies staat wanneer ik de Kreeftskeerkring, Noord of Oost, ben gepasseerd. Voor mij zeer interessante gegevens en er komen nu zoveel meer gegevens op de proppen. En gebeurtenissen op een bepaalde datum, die ik me nu kan herinneren. Maar ik zal niet alle sluiers van mijn doopceel lichten.

Voor mij is het echter een openbaring nu te weten, dat ik op 16 januari 1956 op Nederlands Nieuw-Guinea bij het Korps ben aangenomen en op 16 april 1956 met de KLM naar Nederland ben gegaan, waar ik op 19 april 1956 aankwam. En ik zie nog meer over vertrek en aankomst data’s op verschillende plaatsingen.

Eerste verlof om afscheid te nemen.

Maar nu hebben we eerst verlof om naar de plaats van onze opkomst te gaan. Voor mij was dat Naar  Manokwari dus. Door de jongens, die daar waren achtergebleven werden wij als verraders aangezien, omdat we bij de Mariniers waren gegaan. Kon ik me best voorstellen, want vroeger ging ik er mee op de vuist en nu wel ja ik ben net als een Boenglon ???

 De Jongens van de familie van Os hadden een vete met John Koster. Hij (John) vroeg mij om hulp, want het was een drieling en voor Koster was het moeilijk om ze uit elkaar te houden. Hij ging dus met één “aan de gang” en ik moest de twee andere op afstand houden. Daar had ik echt wel moeite mee, met als gevolg dat we dus maar met z'n vijven “aan de gang” gingen. Ook dit akkefietje liep met een sisser af, al was Koster soms echt wel “Mata Gelap”, ook tegen zijn eigen vrienden.

 Jim Wolterbeek en ik logeerden bij Fred Gibson, die intussen was getrouwd met Fransje van Rooyen. Heb nog een foto, waar ik bezig ben de naam “GIPSY DREAM” op zijn huis te schilderen. We hadden daar een hele prettige tijd, maar een fijne tijd gaat zo om, zeker als je weer terug bent in "ouwe gelederen".

 We vertrokken met een Dakota uit Manokwari en werden op Biak klaargestoomd voor Holland. Kregen voorlichting over de gewoontes in Holland en het klimaat. Maar hadden daar totaal geen sjoege van. Kou is koud, in de ijskast is het toch ook koud. Wij zouden het echt anders ervaren. Althans ik, want ik kocht een lange onderbroek van een Hollandse jongen en dacht verder, dat ik het zo wel kon uit houden.  We pakten alles in onze plunjezak voor vertrek op 16 april 1956 en gingen nog even langs bij de Chinees voor een burgerkloffie en wat souvenirs.

 Daar was dan het grote moment:

Met de Connie vertrokken we naar Nederland waar we de dus op de 19de april (3 dagen vliegen met steeds weer een nightstop) aankwamen. En dat heb ik geweten.....!

Maar geen moment spijt van gehad !!!!!

Aankomst in Nederland in de koudste winter ooit..!!!

Werd beweerd dat de baby's door pinguins werden bezorg, de oievaars hadden verlet.

                          

DETA-jongen bij het Korps Mariniers (Deel II - vervolgopleiding in Nederland)

 

Aankomst in Holland

Bij de landing op Schiphol was er niks geen slurf of zo, ....... Wat ik me nog kan herinneren, na drie dagen vliegen met overnachtingen in Bangkok, Abidjan en dan nog iets wat ik niet meer herinner Ik dach Rome.  We waren wel blij, dat we vaste grond aan onze voeten hadden. Maar nogmaals het was zooooooooooo koud toen ik van de trap afliep. Kon net nog denken: “Ik ben bevangen door de kou”, maar daarna hebben ze mij in een barak met potkachel, tot leven moeten brengen. Niet gek, als je bedenkt dat ik aankwam in een lange onderbroek en een boeluwai hemd met korte mouwen van de Chinees en overtrek schoenen van de KLM. Van dien tijd heb ik het nooit meer warm gevoel. Daarna gingen we in een open  truck naar Voorschoten, waar we zo blaauw als wat aankwamen, nu weet ik waarom ze ons “”Blaauwe Jongen”” noemen, ze hadden ook nog geen kleding voor ons en dus kregen we matrozen kleding aan waarschijnlijk hadden ze van dat teveel.

Zelf kreeg ik een broek van Schwartseneger aan tot bijna aan mijn nek en een matrozenbuis van die man uit de film “The Plane ..... the plane (die tjebol)”. Maar ik had het nu warm en dat telde.  De Baksmeester beloofde ons een rijsttafel en toen we in de vreetschuur kwamen, kreeg ik mijn eerste zelfmoor neiging, er stond  rijstepap met suiker en melk klaar. Enfin, nu weten jullie waarom ik zo gefrustreerd ben. Gelukkig was onze korporaal een Indo Mangidaan (God hebbe zijn ziel), die er voor zorgde dat we Chinees konden eten. Tot aan zijn dood heeft hij aan onze zijde gestaan, samen met zijn vrouw.

Alle testen die we in Biak al hadden gehad, kregen we weer en natuurlijk doorliepen we alles met glans. Zondags gingen we (wel aan “het handje”) eten bij de Chinees in Den Haag en dat was een kolfje naar onze hand. Smit ging er naar het toilet en heeft zijn kont “getjebok” met water,dacht hij, uit een fles.  Gillend kwam hij eruit, want in de fles zat geen water maar lysol. Wij hebben hem afgespoeld, maar die Chinees snapte er echt de “bolen” niet van.

Mijn familie woonde in Sneek en ik mocht met een matroos mee rijden in de trein. Dat was voor mij een hele ervaring.  De trein reed eerst vooruit, na het overstappen weer achteruit en ik vertrouwde het voor geen cent. Die matroos bleef maar lachen. In Sneek woonde mijn Moeder met de rest van de familie in een pension en ’s avonds zeiden mijn neefjes en nichtjes tijdens het bidden: “God, bescherm tante Nonnon en Oom Wil in Indonesië en God bescherm oom John in Nieuw-Guinea”. Dat waren ze gewoon te bidden en ik zat daar naast hen, het ook mee te bidden. ‘s Maandags ging ik weer terug naar Voorschoten, waar we verder gingen met het inroleren van onze gegevens om op 24 april 1956 naar de “van Gent” kazerne in Rotterdam te worden gestuurd.

De “van Gent” kazerne is nog steeds de Matrix van het Korps Mariniers en je kan je voorstellen, dat toen daar 23 donkere mannen in matrozen uniform door de poort marcheerden als Mariniers, de armen 90* gestrekt dat een ieder met zijn klus op dek viel (een Marineterm voor “melompong”). Dat matrozen uniform was natuurlijk schoppen tegen het zere been van de Commandant en subiet liet hij ons door marcheren naar het kledingmagazijn en omkleden in Mariniers kleding en daar waren wij het volledig mee eens.

De “van Gent” Kazerne, afgekort de VGKAZ

VGKAZ. TOEPAD 120 ROTJEKNOR

Een oud Hospitaal, dat hoog boven het Toepad uittorent. Het is al van verre te zien met zijn koperen dak. Het was eerst trappen lopen en ook daarom moesten de kopspijkers uit onze schoenen worden gehaald. Een burgerschoenmaker, zo rood als een vuurtoren,Tinus wereldberoemd bij het Korps, hij moest ze er van alle 23 paar schoenen uit halen en die bewaren voor later, als we naar elders werden overgeplaatst naar elders want het was immers rijkseigendom.

 De toenmalige commandant was de overste Pronk, ooit commandant van de “schoenendoos” aan de Oranjelaan in Hollandia-Haven (het eerste onderkomen van de Mariniers in Hollandia). Hij was een grote vent, die elke ochtend binnen wandelde en de trap opliep langs de Onderofficier van de Wacht en voor een groot schilderij van een pijper, zijn ochtendgroet bracht met de woorden "goedemorgen Thijs". Zijn kantoor was op de tweede verdieping en keek uit op het exercitie terrein.

 Wij werden ondergebracht in een houten barak met alles erop en eraan behalve de verwarming. Die waren ze waarschijnlijk vergeten, want we hadden het er altijd stervenskoud. Ons kader bestond uit een jonge Luitenant, Mulder, die gelijk “Babyface” werd genoemd, een sergeant-majoor en een sergeant, die wij nu nog steeds kennen als de "winkelhaak". Hij had namelijk een litteken op zijn hals, sprak altijd uit zijn mondhoeken.  Voor ons was zijn uitspraak steeds maar weer "sparen jongens”, sparen van ons loon van 70 gulden, dat bijna altijd op ging aan de Chinees. Als we net onze "kat" (afgeleid van het Maleise gadji) hadden gebeurd, zag je ‘s avonds een Chinees aan de poort met een grote rantang eten en dan vroeg de Officier v.d. Wacht, wat dat was. Dan zeiden we: “Eten, Luit”. “Hebben jullie dan hier niet genoeg te eten?” “Jawel”, was ons antwoord. “Maar dit is alleen maar snoepen, Luit”, en dan gingen we in het washok eten met als lepels ons legitimatiebewijs. Dit pasje was zijn tijd ver vooruit, want het lijkt nog steeds op het bankpasje van tegenwoordig alleen je kon er veel meer doen,iemand zijn strot mee afsnijden bv.

 We werden al snel ingepast bij verschillende taken. Zo had je de taak om een week “zeuntje” te zijn. Je moest dan voor het eten zorgen voor al je Baksmaten, de tafel dekken en afruimen. Speciaal zorgen voor genoeg eten, want vooral als er rijsttafel was moest je er voor zorgen dat er voldoende te schransen viel. Je stond dan aan het hoofd van de bakstafel en liet de borden langs komen en het was “vullen maar”. Op dat moment was je plotseling hun beste vriend, maar ze mochten toch niet beginnen met eten. De tamboer moest namelijk eerst "stilte" blazen op zijn trompet (je werd dan bijna de eetzaal uitgeblazen) en eenieder kreeg de gelegenheid om te bidden. Je hield wel harpstijf je “telor mata sapi” in de gaten, want anders was je die ook nog kwijt. Voor het eten was dan toch al bedankt, maar voor een tweede hap moest je als “Zeuntje” heel wat “ritselen”. Daarna had je de middagrust en om 1300 uur begonnen de lessen weer. Wel na eerst “Baksgewijs”(appel), want ze vertrouwden ons voor geen cent. Steeds maar weer was het melden, je kent dat wel.  Rijtje naar boven, rijtje naar beneden en als je met geweer exercitie bezig was, dan had je kans dat de overste (die niks te doen had en voor zijn raam stond te kijken) naar beneden stormde en het peloton de huid vol schold, omdat bijvoorbeeld de handgrepen verkeerd werden uitgevoerd. Eens zag ik hem als voorbeeld, zo fanatiek het geweer neerzetten en met zo’n kracht dat de kolf brak. Wel zo ongelukkig, dat het op zijn teen terechtkwam. We zagen hem wegstrompelen en een week lang liep hij te hinken…. CDT.Pronk toen zijn vrouw was bevallen en dat maakte hij bekend met de woorden :'' Mijn vrouw is bevallen van een zoon""  en daarna zei hij:””,jullie worden bedankt, Ingerukt Mars…????. “”

Wachtlopen.

 Zo hadden we ook de wacht en vooral de zaalwacht was slopend, want dan moest je wacht lopen over de slaapzalen en iedereen lag te ronken en jij moest maar wakker blijven. Neyendorf ging hier een keer voor de bijl, want hij lag op een leeg bed, toen hij werd gesnapt. De Officier v.d. Wacht vroeg hem waarom hij dat deed en toen zei de "neus" (dat was zijn bijnaam, want eerst zag je zijn neus en daarna pas zijn lichaam): “Luit als ik lig, dan kan ik beter denken en de Luit was waarschijnlijk op zijn achterhoofd gevallen want hij dacht dat het ook zo was. De Neus kreeg wel een schop tegen zijn hol en kon weer wacht lopen.

Schieten deden we in het Kralingse bos, niet echt in het bos, maar op een heel klein schietbaantje met een "tjies". En dan was er het lopen, dat alsmaar lopen, training voor de 4daagse. 800 km moest je gelopen hebben, anders mocht je niet meedoen en als je een sergeant had, die niet kon kaartlezen dan was je in de aap gelogeerd dan werd het zelf 1000 km. Zelfs over de dijken van Rotterdam kon hij verdwalen. Maar ja, zo puften wij de E.M.V. door.(Eerste Militaire Vorming)

 We begonnen al echt op Mariniers te lijken, rookten zware shag, spuugden op dek en konden geblinddoekt een M1 uit elkaar halen en bijna weer in elkaar zetten. Zelf hield ik altijd wat over. Eens moesten wij oppassen bij de sergeant thuis. Hij had een vervelend zoontje, die ons aan keek of wij van een ander werelddeel kwamen (en dat was natuurlijk ook zo). Hij vroeg ons het hemd van het lijf en toen hebben wij hem maar een slokje jenever gegeven, zodat hij voor de rest van de avond stil was. De volgende ochtend zei de sergeant: “Gos, die zoon van mij was wel moeilijk wakker te krijgen ........  Eenmaal was de barbier ziek en de sergeant vroeg wie goed kon dansen. “Nou ik”, zei ik. “Goed”, zei hij, “Jij bent van nu af barbier”. En de jongens moesten door mij geknipt worden. Dat betekende een kwartje per knip en ik kreeg zelfs twee kwartjes als ik hun "net alsof" knipte. De "neus” heb ik wel geknipt en hij keek mij een maand lang niet meer aan en hield zijn pet steeds op zijn hoofd. En dan volgde de VMV. Daar werd je echt pas specialist.

Voortgezette Militaire Vorming

Voortgezette Militaire Vorming

We kregen van alles te leren wat er tijdens een E.V.M. geleerd moest worden en aan het eind van de E.M.V. gingen we de V.M.V.(Voortgezette Militaire Vorming) in, maar moesten daarvoor naar Doorn. Eerst moesten de Kopspijkers terug in onze schoenen, waarna we onze packs in moesten pakken. Maar liefst transportbepakking en dat is heel iets anders dan enkel een pukkel op je rug. Al in die tijd deden ze aan bezuinigingen, want onze plunjezakken gingen per trein naar Doorn en wij moesten van Rotterdam naar Doorn lopen.  Ze hebben er natuurlijk een oefening aan vast geplakt en er twee dagen over gedaan. In Schoonhoven hebben we op een vuilnisbelt gebivakkeerd en daarom weet ik dat het enige vak dat een Marinier kent, het "bivak" is. En zo liepen oud DETA-Jongens als tropische verrassingen in dungaree te zwoegend door Nederland om hun bestemming te bereiken Over polders en dijken en als je op een dijk liep dan is het net alsof de molen in de verte verder en verder lag, Multatuli.. Gelukkig hadden we nu wel een Sergeant die kaart kon lezen.

 

 

De “van Braam Houckgeest” Kazerne te Doorn

De “van Braam Houckgeest” Kazerne te Doorn

Links, rechts, links, rechts, zo liepen wij van ons laatste bivak in Schoonhoven over de Lekdijk naar Doorn, waar we, al weer volgens mijn Persoonskaart, op 13 september 1956 aankwamen. Vaart makend op de Lekdijk waar de Sergeant niet kon verdwalen, met links de Rijn en rechts alleen maar weiland, zagen we de kerktoren van Wijk bij Duurstede maar niet dichterbij komen. Eindelijk op het laatste stukje aangekomen in Doorn was het “kleding in orde brengen”, “Geeft Acht”, “In De Houding Mars” en daar liepen 23 oud-DETA jongens ("Tropische verassing” in Dungarees, helm op en geweer aan de schouders) kaarsrecht marcherend, armen 90 graden opgezwaaid, de poort van de “van Braam Houckgeest” Kazerne te Doorn binnen. En daar stonden helemaal geen ontvangst Comite, alleen de O.O.V.D Wacht, dat was vroeger normaal , nu worden de mariniers na z’on prestatie jubellen binnen gehaald, met tamboers en pijpers voorop, gelukkig was er een rijstafel en dat is voor een “’Blauwe Jongen”’ De kers op de cake….  

 Daar begon dan het tweede gedeelte van onze opleiding, de Voortgezette Militaire Vorming. Alles gebeurde in de looppas, naar de vreetschuur, naar de kerk, naar baksgewijs, alles in looppas. En als je teveel gegeten had, dan maar ook in de looppas naar de w.c. In Doorn is alles wat boven je staat, een kleine God en wij waren de balen. Hadden alleen maar de wormen onder ons, en die zag je niet. Zelfs als je gewoon over het terrein liep, kon een tweede klas Marinier je aanhouden en zeggen: "Marinier zie je die boomstam daar?". Je keek en zag niets, maar ja hoor, daar lag een luciferhoutje. "Oprapen en begraven" was het commando met daarna 10 maal een “push-up”. Kon toen met moeite 5 halen, maar dat was dan maar één keer overkomen en daarna nooit weer. Al ‘s avonds in de wasruimte gingen we oefenen totdat we ons 500 maal konden opdrukken zonder moeite (op dit moment nog maar 100 maal met moeite).

 Middag Maaltijd "Warme Hap""

 Na het schaften moest je je “plate” schoon inleveren bij het “zeuntje” in het spoelhok. Deze tweede klas liet mij voor de 4de maal mijn "plate" schoonmaken toen ik het dus al driemaal had gedaan. Heb hem toen maar achter de balie vandaan gehaald en hem zo snel als ik kan geslagen, Blijkbaar was ik toen zo over mijn theewater dat de “provoost” mij tot kalmte moest manen. Moest gaan zitten van hem en kreeg een glas “lem” te drinken, terwijl het zeuntje van de provoost op zijn donder kreeg overigens wist hij niet wat hem was  gebeurde had wel een gezwollen oog ik zei nog tegen de provoost dat hij was uitgegleden.

 Onze Baksmeester was een kleine vent, maar wel één die een beetje de flinke kerel wilde uithangen. Hij riep mij bij zich en zei, dat ik even naar de bakskamer moest komen. Daar stonden ook de vice baksmeesters.  De deur werd afgesloten en ze stroopten hun mouwen op. “Loh dach ik, dese wor raboe, maar drie banyak”, dus nam ik zo'n ijzeren liniaal die op de tafel lag en zei: “Ajo, we  gaan met zijn vieren doormidden”. De Baksmeester bleek een wijze vent of een bange man te zijn. Weet het niet echt, maar hij zei: "Dat is niet de bedoeling”. “Ok”, zei ik en verder heb ik daarna nooit meer last van die macho gehad.

 We bleven maar oefenen en oefenen. Alle heides hebben we gehad, Leusderheide, Ginkelseheide, Mokerheide, de Harskamp en het was altijd maar weer lopen en liggen. Niet alleen op oefening, soms heb ik er ook gelegen met het andere geslacht na de oefeningen, en dat is leukere oefeningen........

Van DETA-jongen werden we volleerd Marinier. We konden slaan, blazen, fluiten, een M1 geblinddoekt uit en in elkaar zetten (Gek, maar nog altijd hield ik wat over).

 Na afloop van de V.M.V. kregen we er een streepje bij en toen konden wij de macho uithangen van "hé Marinier, zie je dat bos op de grond". Wij vonden dat onder onze stand en flauwekul, en deden daar niet aan mee. Onze kwaliteit nummer was 0000 staat voor Infantrist.

 

 De ex-DETA groep viel nu uit elkaar

De ex-DETA groep viel nu uit elkaar

We konden nu onze zogenaamde “kwaliteitsnummers” uitbreiden en mochten een speciale Mariniers kwaliteit uitzoeken. Enkele jongens werden “mortierist”, anderen weer werden “Verbindelaar”” en andere kwaliteisnummers. Vanwege onze intelligente uiterlijk werden Jim Wolterbeek en ik uitverkoren om demolitie-man te worden.

 Ieder ging zijn weegs. Zo moesten Jim en ik naar de “Dumoulin” kazerne op de Leusderheide om de opleiding tot stoottroeper te volgen en daar mochten we spelen met dynamiet, TNT, Trotyl en al die springstoffen, die je tegenwoordig kan vinden om de buik van die zelfmoord commando’s.

We konden bruggen ,bunkers en alles en nog wat im en exploderen, zelfs een hals van een fles netjes afsnijden, enfin zolang je met beleid en kennis je zaken maar beheerst  mag je je eigen..

Demolitie-man noemen.onze kwaliteisnummer was ooo4

 

.XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXxxxx

 

We werden opgeleid in de Dumoline Kazerne in Amersfoort , hier konden we met gesloten ogen een bom demonteren.... zo gezegd...maar we deden dat met open ogen leek ons veel handiger...mijnen opruimen,valstrikken onklaar maken ,detoneren van springstoffen.bruggen opblazen.. zelfs een hals van een fles..doormidden laten springen.. we ware demolitie-mannen....en zo gingen we verder met onze opleiding...totdat wij hierin ook onze kwaliteitsnummer haalden...en hadden wij het recht ons ""Stootsspecialist"" te noemen...Hierna mochten  weer een opleiding kiezen..en samen gingen we de Chauffeurs opleiding in ....Dit keer de Rij-actractieschool in de Juliana v.Stolberg-kazerne in Amersfoort.. een Monument...en dat hebben wij geweten......een verhaal apart,,,.ik ga nu even pauzeren en proberen alles chronologies op een rijtje te plaatsen..hoop ik..!! Wel dan het is inmiddels 6 April 2015  en we gaan weer rustig verder met mijn verhaal...Na de rij actractie school in A'foort geplaats in de VBHKAZ in Doorn, daar konden wij onze verworvenheden wat wij al zo in A'Foort geleerd hadden over boord gooien want zo als steeds Bij de Mariniers is alles beter.. denken zei... en daar begon de rijlessen weer opnieuw hadden Rij Instructeurs die op Java hadden Gevochten zal er een nooit vergeten Kpl.Luijendijk een beer van een vent hij was nog rood ook, van de 10 woorden die hij sprak waren er 9 smerig.... 's ochtend moesten wij naast onze wagens staan voor ochtend inspectie..dan kwam hij langs en dan zei je :"" Goede Morgen Korporaal"" en dan zegt hij :"'Dat maak ik zelf wel uit"" nou en daar kon je het maar mee doen. Op een avond stond er  Nachtrijden op het programma , en hij stapt naast mij in de Canadai-Ford met rechtse stuur en twee zijspiegels . net zo groot als de spiegel van mijn vrouw in haar handtas.. en daar zat de Korporaal en zegt:'' Hilversum"" en ik pas uit de Bush nooit in Holland geweest en geen Tom-Tom in de wagen kreeg het goed benauwd, dus reed ik de weg op en de Korporaal sloeg aan het snurken, en ik maar rijden wist ik veel waar Hilversum lag..en ging de A12 zag een bord met een H.. er reed in die richting... de Korporaal werd wakker toen wij in s"Hertogenbosch waren ..de wagen  was voor ons twee er krap... je kan wel begrijpen dat hij behoorlijk over de rooie was ,maar dat was hij toch al jaren..en nog meer van die Annekedotens het hield niet op

zo gingen wij met zijn allen stappen, voor onze tentamens, naar Utrecht en zoals het een goed Marinier betaamd ,lekker feesten,. de volgende morgen met een spijker in je kop begon de les:

Electriciteit: hoe werkt de Bobine en ik moest het verklaren, maar ik had  niets geleerd   dus ik wist ook niets en brabbelde..: Dese hei ghaat alles fersamellen en dan hei gheef dubbel...bla.bla.Op zijn Indisch.. de Korporaal zegt tegen mij.Bruininga ga maar zitten en jij gaat goed Nederlands leren spreken..Ja.!!  ik Zeg"Jawel Korporaal"en hij gaf de beurt aan Nicolaas een Hollandse Jongen die ook niets had geleerd, want wij waren aan het stappen, weet je nog wel.. en deze kreeg 2 dagen licht arrest omdat hij het niet wist hoe een bobine werkt..en ik weet het nog steeds niet..!!   kregen we onze Kwaliteitsnummer 3000 dat stond voor Chauffeur

Hierna

Hoezo geen Talent....daarna kregen wij gewoon onze werkzaamheden als Chauffer in de Kazerne.. en in 1957 ging ik met uitzending naar Nieuw-Guinea, mijn eerste Term. terug naar mijn roots....werd geplaats als Chauffeur in Sorong:......effe rusten  maar word vervolg.

 

Aankomst in Biak 16 Nov.1957,

Aankomst in Biak 16 Nov.1957,

 Aankomst in Biak en werden opgehaald van het vliegveld Mokmer en gebracht naar de Kazerne in Sorido, en daar stonden ze dan de “”ouwe Jongens”” 3 maanden  op het eiland nog met benen die er uit zagen alsof ze net uit het gips waren , ons te ontvangen met kreten als “”Baroe’s”” en dacht  bij mijn eigen…. Nou ja…weten zij veel.Enfin was voor mij natuurlijk een lachertje, en twee dagen later werd ik naar mijn standplaats Sorong gevlogen daar werd ik bij de Vaste Bemanning als Chauffeur geplaats. Ons werk was zoals gewoonlijk rijden voor dit en voor dat busdiensten, vervoer van manschappen en goederen etc.etc.

De weg  voerde langs huizen en zo over de baylie brug de Kotta en de Haven.. op de hoek dicht bij de brug woonde een gezin waarvan de vrouw elke ochten in haar Babby-Dol op de porchs koffie zat te drinken… ze hebben mij maar twee keer met mijn wagon-Power uit de rivier moeten halen daar ik de ingang van de brug miste….Was er ook een dokter dat als hij iets  niet wist, zijn vrouw opbelde ,die ook dokter was... second opinie bestond toen ook al zit je voor hem en dan wist hij het niet meer , belde zijn vrouw, en daar zat jij dan met bij voorbeeld pijn aan je voet, Meisje wat moet ik doen..?? Oja, ..dan gaf hij maar Paracetemol, later in Doorn ontmoette ik hem weer maar dat is een ander story.... Als we de repatters naar de steiger moesten brengen om met de LCPR naar het Vliegveld te brengen dat op het eiland Jeffman lag , was het de gewoonte  dat de chauffeur door de Repatters in het water werd gegooid, Bij mij mooi niet, van te voren sprong ik al uit de rijden wagen en je moest dan de paniek onder de reppaters zien.. lachen… 'S avonds moesten wij ook bus dienst rijden stopten dan voor een restaurant van een dame die wat Nassi verkochte en dan zijn er van die maten die op een of andere wijze moeilijkheden hadden met de locale bevolking en dan nagezeten worden met een parang en dan moest ik plankgas geven om de maten te redden Had ook een wasbaas die was echt een goede maar had de lelijke gewoonte in mijn kleren te lopen, op een avond in de Bisoscoop schaakte ik hem met mijn kleren aan parmachtig tussen  schone dames te zitten , en ik kwam naar hem toe en zei.."" Kleren uit" en in zijn onderbroek, dat eigenlijk ook van mij was liet ik hem zitten.. gemeen van mij..en daar was ook een Kwartiermeester die uit Suriname Kwam toen hij uit de HollandPlane stapte zag hij Papoeas op het vliegveld en hij zou dan gezegd moeten hebben""Daar sta je dan met je Blank velletje""Later in de Kazerne kwam een  ""Baroe"" Naar me en vroeg of er nog een wasbaas voor hem te vinden was, ik zei"' Natuurlijk daar loopt er een "" en het was de Kwartiermeester de ""Baroe "" op hem af en zei..""Jij wassie,wassie voor mij"???"" , Heb je ooit een Surinaamse Kwartier Meester horen vloeken...ik wel..Onze Chef-Garage was de Sergeant Goedbloed hij was niet zo goed maar wel dik . zo liet hij al de zittingen van de wagens naar zijn vorm bekleden en we liepen van de ene wagen naar de andere met kussens te sjouwen om nog maar aan het stuur te komen en zo diende ik mijn term op Sorong , totdat ik op 22 Sept. 1958 werd overgeplaatst naar Manokwari, weer terug waar ik van ben vertrokken en een vernieuwing daarvan maar nu als marinier

 

Manokwari  22 sept.1958/ 09 mei 1959.

Manokwari  22 sept.1958/ 09 mei 1959.

Manokwarie gelegen aan de Vogelkop van NG, waar ik als Deta-Boy in 1950 op door reis naar Hollandia mocht passagieren langs de Haven door de Faninidiweg  dat nog een paadje was en dat een Heer van uit zijn gédéken huis ons toesprak dat we ons in geen enkele geval lieten wijs maken door de grote heren, en luisterden, wij met grote verbaasde ogen naar zijn pidato, het was de Hr. Nuse , met zijn prachtige dochters die hij wijselijk binnenshuis liet…….

Daar kwam ik dan weer terug op 22 sept, 1958 maar nu als Marinier, de kazerne MSKMANOK. Lag boven op een heuvel en de garage waar ik als chauffeur werd geplaats nog hoger, het uitzicht was de Arfakgebergte ,prachtiger kon het niet, elk ochtend naar de eetzaal om te eten met de jeep, en wij hadden een eigen verblijf in de Garage onze transportverdeler was KPL.D/M. Kok had nooit shag bij zicht altijd maar bietsen bij ons.  Om 12.00 kwam er aan het hek altijd een heer op de fiets

Nasi Rames verkopen, een paar weken later op een scooter, en een maand later in een wagen, en elke keer was het “” Goeje morgen heren ,ik heb overheerlijke Nasi Rames bij me’’ en je kon bij hem op de pof nemen , ik had het idee dat hij met een hark schreef..maar inderdaad zijn nasi was goed. Heb daar ook een aardbeving meegemaakt en in de kotta lag alles op een hoop , in de Chinese toko  Tje Kia leek wel een rommelmarkt en een boekhandel lagen alle boeken in de etalage op een hoop.  De havenhoofd was 20 cm verschoven en de mariniers hebben dit natuurlijk nooit meegemaakt, en als ik ’s avonds in de slaapzaal kwam en ik begon aan de bedden te schudden vlogen de maten naar buiten….

Mijn werk was  groenten halen met de bottelier in Mango Api. Bij Gossewichs of Kokkeling, precies de Kokkeling Ridder in de M.W.O. Ik zag hem op Koninginnedag naar de receptie in de soos gaan opgetuigd en wel in zijn landbouwwagen op driewielen en moest tijdens dat de erewacht “” Presenteer Geweer”” Riepen, zijn schoenen nog moest aantrekken, hij riep nog””Effe wagten Peh”” en iedereen stond plechtig te kijken hoe hij zijn schoenen aantrok Paatje Kokkeling…

Een gewone Held,!! Soms moesten we nieuwkomers ophalen  van het vliegveld Rendani en ervoor was een rivier waar de brug op de bodem lag, en dat wisten wij natuurlijk maar die Baroes kregen de schrik van hun leven van  het water, dan deed ik net midden in de rivier of ik panne had en dan moesten ze eruit  om te duwen, met de waarschuwing van opletten voor de Krokodillen….. en steeds maar weer vroeg de Chef d ’Equipage hoe dat eigenlijk kwam dat  de baroe’s steeds zeiknat aankwamen…

En ook daar moest iedereen op Patrouille en ook de chauffeurs moesten er aan geloven en  werden naar Oransbarie gebracht met de LCPR en vandaar lopen naar de Angi meren in het Arfakgebergte, ik heb nooit gedacht dat het daar op die berg zo stil was en je kon bijwijzen van spreken de hemelpoort zien…

Prachtig maar loeiend koud en de meren konden tekeer gaan als wat. Maar ook dat hadden wij achter onze kiezen. Op Koningendag moesten wij ook parade rijden met onze voertuigen en dat deden we twee maal rondje kampong Ambon……Het leek heel wat. Ik kocht daar ook een Motorfiets meer een 50 cc

Je kon er zelf achterop zitten en deed net of ik de bestuurde, die er helemaal niet was, vasthield,

En op een dag lag er een steentje in de weg , vloog in het kerkhof en twee tanden door mijn lip en aftrap geintjes uithalen……Was een prachtige tijd  en al dat leuks kwam een einde, natuurlijk heb ik veel meer meegemaakt in mijn diensttijd in Manokwarie maar dit was wel een hoogte punt in mijn leven, de mensen die je als burger hebben gekend en bij name de Fam. Rooyen, Gibson en Fredsez, die hun gastvrijheid nog steeds met je delen en jij dit alles uit een andere perspectief meemaakt en dan weer het afscheid terug naar Nederland..

Op 09 05 1959 vertrok van Biak Mokmer naar Nederland waar ik op 13 05 159 aankwam……

En met verlof ging  en daarna……..geplaats werd in de VGENTKAz. Te Rottjeknor….

 

 

 vGENTKAZ…..13071959…….

vGENTKAZ…..13071959…….

VGAZ… een gebouw dat in de oorlog als ziekenhuis heeft gediend. Hoopjes trappen en een lift waarvan niemand gebruik mag maken, ik werd geplaats als chauffeur VB, staat voor vaste bemanning, eerst was ik foerage rijder voor de plaatsen in R’dam waar de marine verbleven.

Daar moest ik bij tijde voeding afleveren en de wegen in R’dam kon ik op mijn duimpje, Blaak. Botersloot. Stoeltjes. OZ Dienst op de Maas-Haven de Haven en  Groothandels en als je me nu in R’dam loslaat dan verdwaal ik zelf in de Sloot…Heb daar verschillende functie gehad, Chauffeur MarKap.(Marinierskapel) door heel Nederland met zijn Taptoes. en daar na kreeg ik een hogere functie, Chauffeur CDT VGKAZ, Nou dat was een ervaring, De Cdt. Kolonel v.  Heuvel was een ijzervreter had de Birma Spoorweg overleeft en liep stijf in de Korset die hij droeg, had ook een hond,  elk keer als ik de Kol. ophaalde bij het bordes dacht dat beest dat ik een paal was en dan lichte hij zijn poot en ik gaf dan het beest een trap… dan zei de Kol;”’ Bruin wat is dat”” dan zei ik; “”Zelfverdediging,  Kolonel. ik dacht dat de Hond mij een trap wilde Geven”” Eens liet ik een flinke scheet en de Kol. Zei”;’Zo Bruin..??”” en ik : “”kijken naar de hond, Kolonel we zitten hier met z’n drieën….””u ben het niet , ik ben het niet, wie zou het dan zijn.”’ En de Kol. Zei tegen zijn hond..:“”Zo Fifi, (Want zo hete dat kreng)  heb je las van je bibsje en een windje gelaten’’ Nou en als ik  een windje  liet die rook je niet alleen maar je proeft het ook….. Elke Ochtend ging de Kol. Zwemmen, en dan moest ik bij aankomst bij het zwembad in de looppas omkleden en samen met hem baantjes trekken , je weet nu waarom ik z’on hekel aan water heb.Voor het rijden van de Kapel was het ook een belevenis daar reed ik de instrumenten wagen en ik kwam natuurlijk bij elke evenementen die bij de Marinierskapel behoorde, zo hadden zij bij de tamboers en pijpers, een tamboer Pelkman die had altijd wat te reclameren, hij reed in zo’n Messersmith op drie wielen die hebben we eens met vier man opgetild en in een tuin neergezet… en dat vond hij niet aardig, en als je met hem onder een gezamenlijke douchecel ging baden dan kreeg je een minderwaardigheids-complex….dat zaakje van hem leek wel een kinderhandje….van 12 jaar.. En dan werd ik zo af en toe ingezet als 2e Chauffeur van de Opper-Marinier Gen.Maj.d/m Nas….. nou dat is een verhaal apart

 

Daar moet ik effe mijn broek voor ophalen…….

Gen. Maj. d/m Nas….De opper-Marinier, het respect dat ik voor hem heb ,doet geen enkele afbreuk  wat ik met hem heb mee gemaakt. Hij was echt een Generaal maar soms was hij wat over het paard getild, maar ja, daarvoor was hij de Opper-Marinier, wel een sportman, omdat ik ook wat kon badminton moest ik altijd zijn tegenstander zijn, en dat ging zo, mocht, niet te hard slaan en als ik ging smashen moest ik het eerst vragen, dan sprong ik in de houding en roep.. komt een smash generaal, dan gaf ik een loei, maar wel zo dat hij het kon terug slaan, en verdome  daarna onder de douche.. leek hij wel een mens….

Als zijn wagen gewassen moest worden moest  ik water  met een jerrycan uit Rijswijk halen want het water uit Rotjeknor leek wel rioolwater, zijn vrouw Anna Nas, was er ook zo’n eentje kreeg fl.2,50. Om een kropsla, en een Komkommer te halen bij de groothandel aan de Haven.. deze keek mij aan en zei:””Voor Anna zeker, haal maar uit de grote hoop”” Later volgens de overleving werd zijn naam Nas in Van Nas veranderd dus Anna Nas hete nu Anna van Nas…..Ik vond Annanas trouwens een lekker vrucht..

Als ik hem reed was het mijn inzien dat ik achter het stuur zat en hij reed…. Nou dat gevoel daar kreeg ik de zenuwen van , ik moest met 80 km op de linkerbaan blijven want dat van baan wisselen deed hem bij het krant lezen niet prettig aan, en als ik door de politie aan de kant werd gezet dan dook hij achter zijn Handelsblad……en toen was bij mij de maat vol , stoppen op de berm en zei; “generaal zo kan ik niet rijden”’ en Toen moest ik achter op zijn plaats zitten en hij reed naar de Kazerne ,en iedereen in de houding staan maar begreep er niets van een 1steKlas gereden door een Generaal….. kwam bij de transportverdeler aan Sgtmaj.Bottermans, en zei:”’ een andere chauffeur graag Majoor hij kreeg een andere Marn1 Wiegmans en ik moest er naast zitten… kan je voorstellen bijna 20 gr Celsius in de wagen en een pisapak aan (met hoge Kraag) kon mijn ogen bijna niet open houden en Wiegman ook niet… toen liet ik een scheet en ik keek Wiegman aan en zei :”” Zo , zo Wieg…!!”” en hij kreeg een rood hoofd , maar die had ie al jaren, en wij moesten naar het Binnenhof, nou we zijn overal geweest maar nooit in het Binnenhof…..eindelijk met politie begeleiding kwamen we terplaatse…..Generaal Majoor der Mariniers Jan van Nas op het moment kon hij aan het gas…en ik kreeg verkering met Grace, eerst  naar Sneek en met de brommer naar Leeuwarden. Maar daarna ging ik gewoon met weekend naar Leeuwarden, en soms had ik helemaal geen zin om naar de kazerne terug te gaan dan melde ik me ziek, thuis hadden we een logé en die liet ik me ziek melden, maar je  weet een Indische jongen lach altijd bij het praten, dus ook hij : Jawel. Hihi, kom effe melden ,hihi, marinier Bruininga is ziek, hihi,  en we moesten bellen in een telefooncel, ik was bekant thuis of de controlerende arts was er al, ik in de looppas in bed en hij had het natuurlijk allang door, ik moest met de eerste gelegenheid naar de kazerne terug, en nu moeten jullie weten dat ik allergisch ben voor Kinine, als ik dat drink dan zwelt alle bij me op….

Dus dat was mijn behoud, volgende dag ging ik per eerste gelegenheid naar de kazerne , in  een de trein slikte een kinine pil in, en toen ik in de Kazerne aan kwam zag ik er als een olifant uit. Alles was gezwollen… gelijk in de ziekenboeg opgenomen en de arts die me terug gestuurd had werd erover aangesproken, maar ik had geen bakje , en elke ochtend getempt, en en dat gebeurde rectaal, en toen ben ik in slaap gedompeld en bij het omdraaien was de temp.meter bekneld geraakt en gebroken, ze moeste met een pincet de resterende glazen uit mijn anus peuteren.

Dan nog een voorval ik zat aan het rand van het bed en dan zakte het matras wat dieper in , en ik sprong toen er af en mijn testikels bleven hangen tussen het bed en de matras.. gevolg een halve bal verzakking, al met al was ik bijna twee weken zoet in de Ziekenboeg……. Dat was me wat…

Kon me herinneren als ik na het week end  ’s avonds naar de kazerne reisde  en de maten hun boterham voor gaats scheurde had ik altijd een rantang met Nassi van thuis meegekregen raar gezicht, iedereen aan de boterham en ik aan de nassi…..en de coupe rook naar nasi Goreng….en soms naar hete vis…….en Grace en ik hadden het voornemens om in Augustus te gaan trouwen en toen ging alles in een maalstroom toen ik te horen kreeg dat mijn volgende plaatsing

 de Hr.Ms.Vliegdekschip Karel Doorman was……later bleek dat ik moest invallen omdat de vrouw van de marinier waarvoor ik moest invallen niet tegen alleen zijn kon…..dus restte ons alleen  ons huwelijk te bewerkt stellen… en ook omdat ik naar een actie gebied ging waar de kans groot was dat er dingen kunnen gebeuren waarvan ik niet terug zou komen…. Enfin, zodoende hebben wij besloten om met de handschoen te trouwen en Grace haar toekomst veilig te stellen. Wij kunnen vaststellen dat wij met dispensatie van Hare Majesteit de Koningin zijn getrouwd.Onze Stand-in was Ome Piet een DMZ werker die veel hart had voor de Indische mensen…en nu nog met zijn 92 jaar hebben wij contact met hem en zijn vrow Tante Romny… alles was prima geregeld alleen maar voor mij was het met inlevering van 6 maanden van elkaar en een huwelijksnacht een groot gemis… maar dat hebben wij ruimschoots ingehaald..!! Ergens wil ik die Marinier bedanken voor  het plezier dat ik aan boord van de Hr.Ms.Rookverbod heb mogen meemaken. Bedankt Sukkel..!!

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXx


Ergens wil ik die Marinier bedanken voor  het plezier dat ik aan boord van de Hr.Ms.Rookverbod heb mogen meemaken..!! Bedankt Sukkel.

Het volgende Mijn Plaatsing op Hr.Ms.Vliegdekschip Karel Doorman........

Zo... kijken op mijn PK(personeels kaart) die ik bij mijn ontslag maar heb meegenomen,

want daar hebben zij bij de Mariniers toch niets meer aan,  zie ik dat ik op 130759 vanuit de VGKAZ in Rotjeknor geplaats ben op Hr.Ms.Vliegdekschip "Karel Doorman"' en zoals ik het reeds heb verteld, ik moest invallen voor een halve ziel waarvan zijn vrouw niet tegen de eenzaamheid opgewassen is en dat mijn hele planning voor het huwelijk met Grace letterlijk in het water is gevalen, en dat hiervoor ,in die tijd Despentatie moest worden aangevraagd aan de Koningin en zo geschiede het, ik kan dus met recht zeggen dat de Koningin mij in het echt heeft verbonden met Grace.... wie kan dat nou zeggen...

enfin op 020560 werd ik geplaatst in kwaliteisNR; 3000, dat is chauffeur en ging ik met mijn plunjezak de valreep van de KD op, zwaar beladen en geladen dook ik het schip in...... en bij het inpakken van mijn plunjekast, kwam een marinier 2e bij me want hij was al 2 uur eerder op het schip, en dan heb je het recht om de ouwe jongen uit te hangen,dch ie, nou dat had hij geweten, met veel bravour zei hij wij hebben besloten jou vandaag de Chauffeurs wacht te laten doen... ik zat in gehurkte houding en uit deze houding vloog ik omhoog en kwam per ongeluk tegen zijn kin aan. waardoor hij in de wallegang uitgestrekt lag, ik vroeg nog waarom hij ging liggen.?? en daarna renden hij weg en ik achter hem aan, en ergens tussen de voorplecht en het achter dek kreeg ik hem te pakken, en fluisterde in zijn oor, dat elke keer wanneer ik hem zie hier op het schip dat hem steeds hetzelfde te wachten stond.... en ik heb hem nooit meer gezien, en echt ik ben zijn gezicht zelf vergeten, ik wist alleen dat hij lang was, van wege mij hoge sprong om zijn kin te bereiken...ik dach dat hij overplaatsing had gevraagd het laatst dat ik hem zag is voor dat wij de wereldreis gingen maken, en ik de week-end naar huis ging ik moest rennen voor de tram, en ik zag voor mij een marinier die nog sneller rende, het was hem, en die dacht dat ik achter hem aan zat, maar ik was blij dat ik de tram haalde.....op de Stieltjes in Rotjeknor,en ik had een fijne week-end samen met Grace....en nu moet ik diep in mijn grijze massa duiken om zoveel mogenlijk de 6 maanden die ik samen met 1500 mede passagiers op de Doorman hebben vertoefd te verbaliseren..hoop dat het mij lukt, maar met de personeelkaart hoop ik het beste....

300560 begon onze zo beroemde wereldreis met het Vliegdekschip Hr.Ms.Karel Doorman, een Vlagvertoon, wat later bleek een Machtsvertoon.....Hr.Ms. R81,

Hr.Ms. Rook Verbod

Nick namen voor het machtigste schip dat Nederland ooit heeft gehad,

en dat nooit heeft gerealiseerd..!!!

XXXXXXXXXXX

300560 begon onze zo beroemde wereldreis met het Vliegdekschip Hr.Ms.Karel Doorman, een Vlagvertoon, wat later bleek een Machtsvertoon.....
maar alvorens dat begon, moesten wij Mariniers-chauffeurs opwerken om ons op het vliegdek te kunnen presenteren, want rijden op een vliegdek en de vliegtuigen op 1 vierkante centimeter te spotten is niet voor iedereen weggelegd. Zo gingen we naar de vliegbasis van de MLD op Valkenburg nabij den Haag, en daar kregen we les op verschillenden soorten van voertuigen, Clarclets, Vorkheftrucks,en Kraanwagens, Clarcets om vliegtuigen te spotten,vorkheftruck voor vervoer van materialen etc.etc. de kraanwagens om vliegtuigen die gecrash zijn te takelen en over boord te zetten,en de opleiding duurden twee weken , maar dan konden we ook alles zelf een pakkettje aan de kraan in een schoorsteen plaatsen , en vliegtuigen vooruit, en achteruit haarscherp op hun spot zetten,en de kraanwagen van 21 ton was de enige in zijn soort,ontworpen door een marine-officier nou, dan weet je het wel...banden gevuld met olie, en een hydraulische stuur ongeveer ter grote van mijn hand. en elke keer dat je het draai moet je het gelijk locken, want anders ga je 180* terug...en de motor moest je starten met patronen, de motor was een "Gray Marine"zo groot als een flat en verder was het een roestbak.Maar wij als marinier gewend aan ongewoone zaken overleefde dit geweld met glans. Daar na moesten wij ons ook opwerken aan boord ,op de weg rijden is gewoon simpel maar op het vliegdek is het andere koek maar voor ons gesneden koek.Intussen zonder dat wij het wisten werden 21 Hunters en 2 Aluette helis van de Kon.Luchtmacht in geladen, en een olieschip de "'Mijdrecht"" toegevoegd aan het smaldeel 5 .
De vaste bezetting van ons chauffeurs werden toegevoegd aan sqaudron420 en verder hadden we een chef die een fijne vent was Kees Eenenaam, en van dien tijd af nam ons werk op de Doorman een heel andere wending,na een heleboel verkenningen op het schip waar de regels anders waren dan op de wal,ergens zat je eigenlijk in een dorpje waar straatnamen waren en toko's restaurant kortom net als New-York a city that never sleep. En dan breek de dag aan dat wij aan de Wereldreis begonnen, Op de Maas ging de KD voor anker en ook daar vandaan ginen wij de Waterweg op naar Hoek Van Holland en op de dijk stond het Mariniers-Kapel ons uit te muzieceren.. het Wilhelmus verdwenen samen met het Schip in de mist... en deze reis zou 6 maanden duren 6 maanden van Thuis op mijn werk 6 maanden van intense belevenissen en met kracht voor het gedaane werk, die zijn weerga niet kent, als je ooit op een Vliegdekschip heb gezeten dan weet je de betekenis van de Kracht voor het gedaane werk...Zal proberen zo veel mogenlijk mijn verhaal te vertellen maar moet soms hulp hebben van verbalen die reeds zijn opgetekend maar zoals altijd zal ik er mijn eigen "" Zwaai "" aangeven. Ik denk dat wij nu opstomen naar Las Palmas.....waar we 060660 aankwamen Maar eerst de Vliegtuigen  Avengers en Straaljagers Hawk hunters en Heli's op  De Karel Doorman aan nemen die uit Valkenburg zijn opgestegen dat gebeurde in het Kanaal.....En Ik begon me al  een Hele zeeman te voelen.....



300560 begon onze zo beroemde wereldreis met het Vliegdekschip Hr.Ms.Karel Doorman, een Vlagvertoon, wat later bleek een Machtsvertoon.....
maar alvorens dat begon, moesten wij Mariniers-chauffeurs opwerken om ons op het vliegdek te kunnen presenteren, want rijden op een vliegdek en de vliegtuigen op 1 vierkante centimeter te spotten is niet voor iedereen weggelegd. Zo gingen we naar de vliegbasis van de MLD op Valkenburg nabij den Haag, en daar kregen we les op verschillenden soorten van voertuigen, Clarclets, Vorkheftrucks,en Kraanwagens, Clarcets om vliegtuigen te spotten,vorkheftruck voor vervoer van materialen etc.etc. de kraanwagens om vliegtuigen die gecrash zijn te takelen en over boord te zetten,en de opleiding duurden twee weken , maar dan konden we ook alles zelf een pakkettje aan de kraan in een schoorsteen plaatsen , en vliegtuigen vooruit, en achteruit haarscherp op hun spot zetten,en de kraanwagen van 21 ton was de enige in zijn soort,ontworpen door een marine-officier nou, dan weet je het wel...banden gevuld met olie, en een hydraulische stuur ongeveer ter grote van mijn hand. en elke keer dat je het draai moet je het gelijk locken, want anders ga je 180* terug...en de motor moest je starten met patronen, de motor was een "Gray Marine"zo groot als een flat en verder was het een roestbak.Maar wij als marinier gewend aan ongewoone zaken overleefde dit geweld met glans. Daar na moesten wij ons ook opwerken aan boord ,op de weg rijden is gewoon simpel maar op het vliegdek is het andere koek maar voor ons gesneden koek.Intussen zonder dat wij het wisten werden 21 Hunters en 2 Aluette helis van de Kon.Luchtmacht in geladen, en een olieschip de "'Mijdrecht"" toegevoegd aan het smaldeel 5 .
De vaste bezetting van ons chauffeurs werden toegevoegd aan sqaudron420 en verder hadden we een chef die een fijne vent was Kees Eenenaam, en van dien tijd af nam ons werk op de Doorman een heel andere wending,na een heleboel verkenningen op het schip waar de regels anders waren dan op de wal,ergens zat je eigenlijk in een dorpje waar straatnamen waren en toko's restaurant kortom net als New-York a city that never sleep. En dan breek de dag aan dat wij aan de Wereldreis begonnen, Op de Maas ging de KD voor anker en ook daar vandaan ginen wij de Waterweg op naar Hoek Van Holland en op de dijk stond het Mariniers-Kapel ons uit te muzieceren.. het Wilhelmus verdwenen samen met het Schip in de mist... en deze reis zou 6 maanden duren 6 maanden van Thuis op mijn werk 6 maanden van intense belevenissen en met kracht voor het gedaane werk, die zijn weerga niet kent, als je ooit op een Vliegdekschip heb gezeten dan weet je de betekenis van de Kracht voor het gedaane werk...Zal proberen zo veel mogenlijk mijn verhaal te vertellen maar moet soms hulp hebben van verbalen die reeds zijn opgetekend maar zoals altijd zal ik er mijn eigen "" Zwaai "" aangeven. Ik denk dat wij nu opstomen naar Las Palmas.....waar we 060660 aankwamen Maar eerst de Vliegtuigen  Avengers en Straaljagers Hawk hunters en Heli's op  De Karel Doorman aan nemen die uit Valkenburg zijn opgestegen dat gebeurde in het Kanaal.....En Ik begon me al  een Hele zeeman te voelen.....


Op het vliegdek, samen met De Vries en Chattelain.....1960

achter ons de Hawk hunters en Chattelain steunen op de Clarcets..

Zoals ik al eerder zei, onze eerste haven die wij zullen aandoen was Las Palmas op de Canarische eilanden, de reis er naar toe was niets anders dan oefenen waarvoor eigenlijk het vliegdekschip voor bestemd is. Het opstijgen en landen van vliegtuigen en de vergelijking  met Schiphol is bijna te benaderen als je douane en de stewardessen weg denk, inplaats daarvan de O.O.v.Pol.(onderoff.van politie) en een stevige Bootsman met zijn rechter hands de Kwartiermeester......Op het dek lijkt het wel een carnaval, allemaal hebben verschillende  hoofdkapjes op, en de kleuren bepalen hun werk op het dek.Wit/zwart zijn de Mechaniciens, Rood de Brandweer,Geel de Dispatchers, Blauw de Dek-Party, waaronder de Chauffeurs. En idereen dat op het vliegdek bevindt heeft zijn eigen taak en alles doorelkaar lijkt het wel een chaos maar als je goed kijk is het een georganiseerde chaos. Laat mij een wilekeurige dag beschrijven, immers iedere dag is niet het zelfde want er gebeurde op een dag meer dan bij een kantoorbaasje in een jaar.... met respect voor het baasje uiteraard.

Heel vroeg moet de chauffeur van de Kraan al opstaan en de remkabels voor het remmen van de vliegtuigen bij het landen 6 stuks in totaal, een voor  een moet de kabels in het geheel uitgerekt zijn en de machinisten cotroleren of de kabels in orde zijn. Om 06.00 overal, poetsen en opknappen voor ons een dek lager want daar waren de wasplaatsen en toiletten, daarna ontbijten ook een verhaal apart, en 08.00 vliegrol,Door de interkom het signaal""daar komt een vogel aangevlogen ""maar intussen was de vaste bemanning al jaren in touw om het schip varende te houden. Laat ik mijn werk eens vertellen , met mijn clarcet  trek ik, de vliegtuigen die uit de hangar op de lift op het vliegdek komenen dan naar hun plaatsen te rijden waar zij gereed worden gemaakt om via de Kattepult gelanceerd worden  en allemaal gebeurd dat op een lengt van ongeer  213,95 x 43 x 7., Si Bart is een soelapper met zijn woorden keuze maar wij goochelaars op de centimeters als dat gebeurd en alle vliegtuigen de lucht zijn ingeslingerd is het alleen maar  wachten totdat de vliegtuigen  weer landenop het dek en worden afgeremd door de remkabels en wij trekken of duwen het vliegtuig naar een veilig zone... en als de vliegtuigen naar beneden donderen als zwangere huismussen en op het dek neer vallen willen ze wel vreemde capriolen maken, omdat ze dan met hun staart vast zitten aan de kabel en nog steeds met vol gas voorwaarts vliegen... elk deur op het Eiland moet dan vrij zijn zodat als er wat mocht gebeuren en er gebeurden zo links en rechts nog eens wat, wij er met een rotvaart in kunnen duiken wij waren eerste klas duikers.... voor ons leven. en als allen vliegtuigen veilig zijn geland....

En dan begint het bezine laden... uit de Interkom een stem. Dat wij nooit zullen vergeten...

“”Hier ABCD centrale rookverbod in moot 1”” en wat er daana gebeurd vertel ik je in de volgende episode.....en dan zijn we nog eens in Las Palmas....

Uit de krant.....

Reactie van Ton Ravestijn op 21 September 2015 op 12.24
Reactie wissen

Leuk dit soort berichten Paatje. De piloten waren onverschrokken en hadden lef.

Het kranten artikel verteld dat voor het opstijgen en landen de baan op Biak de enige was die voldoende lengte had. Hierboven staat het, de piloten waren onverschrokken, de baan op Jefman, 1500 meter werd ook door de Hunters gebruikt. Na iedere start moest weliswaar de baan gerepareerd worden en het landen was ook een gedurfde handeling. de baan begon op 10 meter van het strand en op dat punt kwam het landings gestel aan de grond. Flink remmen en net voor het einde van de baan stoppen. Terug taxiën naar het platform, met de handpomp bijtanken en gereed voor de volgende vlucht. Acrobaten waren het...Semper Fi.

Reactie van john bruininga op 22 September 2015 op 13.18
Reactie wissen

De dikke boot, varende richting LAS Palmas. Maar eerst ga ik jullie zoveel mogenlijk wegwijs maken op de het schip ik zal beginnen in mijn verblijf 5G11 DAT IN MOOT 4 net onder het vliegdek aan bakboordzijn ligt, dat is rechts waar je duim links staat., mijn kooi staat 3 hoog samen met nog 24 mannen van verschillenden vakken maar wel van de MLD. Nou neem ik je mee naar de :”:Vreetschuur”” voor het ontbijt . duik in het mangat en loop de walegang door eerste de Coolsingel waar de administratie de OVA voor het betalen van ons “Katje”” en de O.O.vPol.Zorg dat je in de Petoet komt,  zijn daar gehuisvest. Door de sluisdeur naar de Kruiserkade, waar de zieken boeg, de NBCD-centrale is, dan weer door een sluisdeur en zijn beland  bij de balie waar je in de rij moet staan om je eten in ontvangst te neme, dit alles geschied dus twee dekken lager. En dan weer door de sluisdeur om de Vreetschuur in te gaan,waar de bakstafel in rijen staan natuurlijk is het weer overal het zelfde ieder heeft uit zijn achtergronden een plekje de Limburges de Friezen de Indo’s de drenten en alle niet genoemde volkeren, maar gek bij onze tafel zit van alles, mischien om dat er Sambal op tafel zit, maar als je dan je breekfest op heb zitten dan duik je  het spoelhok in om je komaliwant inteleveren dan klim je een dek omhoog en dan loop via stuurboord naar je verblijf . en dan ga je je inscheren voor lichte lasten dwz. Je gereed maken voor het Vliegrol. Terwijl de rest van de bemanning zijn werkzaam  doet waar voor hij is opgeleid, en van hoog tot laag hebben ze een vak, terwijl wij Mariniers ook een vak hebben maar het ligt bij ons heel gevoelig; Bivak......en zo gaan de gebeurtenissen bij de Lunch, Theewater en bij het dinee alleen heet het bij ons anders....Schafften aan de bakken...en dit allemaal.......onder bezielde leiding van onze 12e Commandant van de Doorman KTZ.A.J Marcus .Met als Smaldeel 5 Commandant de Commandeur Ferwerda. ... intussen stomen wij richting Las Palmas.


Giese, de vries Chatelain en Bruininga de crasch-drivers Mariniers  a/b van de Doorman

Reactie van bartkoopmans op 22 September 2015 op 20.33
Reactie wissen

een heel dorp

in een dikke boot

ik kan me voorstellen

dat je...als je even de weg kwijt was

de K.D. een doolhof leek..

Reactie van john bruininga op 22 September 2015 op 22.13
Reactie wissen

Je geloof het of niet ,moch je op de Doorman niets te doen hebben dan loop

je met iets onder je arm en heel interssant kijken ,

door het schip een maal naar de boeg en terug naar moot 5.

want het schip is  verdeeld in 5 moten, dan is het Koffie drinken...

dan terug naar moot 5 terug via het halfdek naar de boeg,

kan je gelijk aanschuiven voor het middageten, dan hang je een

uur aan de reling of ga je even langs de barbier,

waar je voor een Kwartje je haar kan trimmen, en het leukste

van de kapper is , als je bv. een kwartje geef, zeg hij niets

geef je fl.0.50,- zeg hij dank je wel en geef je hem

een gulden dan word hij opeens een coiffeur

dan zegt hij :"" Merci""

en zo kan je de dag vol maken, maar dat deed je heel zelden...

want lopen a/b van een schip dat aan het heipalen is,

is zeer vermoeiend.....


Reactie van Ton Ravestijn op 23 September 2015 op 8.56
Reactie wissen

Toch bijzonder dat u als marinier dit heeft mogen meemaken Paatje.

Ik weet dat er aan boord van schepen plaatsingen van mariniers waren,

Kunt u mij vertellen waarom dit plaatsvond. Mariniers zijn weliswaar

zeesoldaten...maar ook infanteristen, verkenners en inlichtingen mariniers...

Uw taak op de KD. beschrijft u maar wat voor taak hadden de aan boord geplaatste

mariniers op de overige oorlogsbodems....

Reactie van john bruininga op 23 September 2015 op 12.02
Reactie wissen

De mariniers,sTon, A/B/ Hr.ms. Schepen zijn de Landings detachementen.

Beschermen de taken, M.P. Kannoniers, en als onderzoekingsTeam bij piraten.

zeuntje spoelhok, paai schijthuis (grapje) dus eigenlijk beschermde taken... en wij
aan boord van de Doorman ander koek...
Reactie van Ton Ravestijn op 23 September 2015 op 12.22
Reactie wissen

Billenkoek Paatje?????

De marinier als manusje van alles... berekend op de vele taken van de krijgsmacht.

Verhelderend Paatje....alleen zeuntje spoelhok....welk spoelhok?? Kamar ketjil toch niet???

Reactie van john bruininga op 23 September 2015 op 12.49
Reactie wissen

Froeger,... siTon ister heen faatwasmasiene....

so'je moet je klauwen hebruiken om je pleet te wassen....

 In die kamar Ketjil ook klauwen hebruiken maar dat is andere (BillenKoek)

Tjebok keek.....

Reactie van john bruininga op 23 September 2015 op 14.49
Reactie wissen

Retteketete.... Meerrol op post.... de Haven van Las Palmas kwam in zicht,

Boven op het vliegdek opgelijnd allemaal matrozen kijken naar het afmeren van de Doorman

Met het vooruitzicht om te stappen en voor het eerst land onder je voeten te hebben, en bovendien Spaanse land, En hier voor het eerst inkopenen van de souverniers voor thuis.

Maar dat nog moet worden opgeborgen ergens in het schip. De exurcie’s vlogen je om de oren, van het platte land tot hoog in de bergen tot zelf Kamelen tochtje  toe, en de Spaanse schone die voor ons een uitvoering gaf bekeken we met open mond.Heb voor mijn Nicole een looppop gekocht wel een grote gelukkig kon ik het ergens wegstoppen.. en er zullen er meerder volgen.....

En na de visite van de Los Palmen stoomden wij naar warme oorden en onze tropen outfit uit de plunjezak halen richting Afrika.....zouden naar Johanesburg gaan maar omdat het de moord stikte aan boord van Indische en Surinamse maten vond onze Commandant wenselijk v.wg de apartheid deze links te laten liggen en op te stomen naar Mauritius... en zo geschiede het

Afmeren in Port Louise en daar kregen wij ook onze eerste post...

Maar eerst passeren van de Evenaar, en daar komt Neppie aan past

 

 


De dokar in Las Palmas

Eerste verstuurde post ....



Even naslag werk gedaan op de Doorman- site dus dit onderste stukkje

Heb ik daar vandaan gehaald maar niet minder zoals ik het heb meegemaak, maar steeds is het wanneer wij een haven aandoen is het

Zoeken naar een chinees het schijnt dat een Indische jongen altijd

 Aan eten denk....zelf hier in Port Louis. Kan me herinneren dat ik ging passagieren met Albert v.Loon een parachute-inpakker, en bij het bestellen Van het eten bij de chinees kwamen wij er niet uit onze taal. En hij als beste tekenaar heeft op de tafellaken een hele rijstafel getekend als uitlegd voor de chinees, en deze vond het zo prachtig dat hij het laken aan de muur heeft gehangen, dus als je ooit op Port Louis komt en je gaat chinesen, kan je bij de goede chinees een lap op de muur zien hangen met een tekening van een rijstafel erop....overigens, wij kregen percies wat hij had getekend...Hieronder een kleine impressie...

Op 12 juni Passeren van de evenaar.
kwam er hoog maar nat bezoek aan boord in de vorm van “Neptunus”, koning van de zee, in verband met het passeren van de evenaar omstreeks 16.30 uur. Op deze dag voegt zich ook de olietanker “Mijdrecht” bij het smaldeel, nadat deze zich in de haven van Donges tegoed had gedaan aan flinke slokken stookolie. Op 18 juni komt ze langzij de Doorman om onze “dikke dame” voor de eerste keer te voeden.

Op 22 juni is er een tweede postvlucht. Altijd een aangename klus voor de vliegers en de facteur. Een goed kontakt met het thuisfront is belangrijk en destijds kon dit alleen door middel van post. Nu hebben we mobiele telefonie en het internet en dit soc-media maakt het mogelijk dat de thuisblijvers meekijken tijdens een reis.

Op de rede van Port Louis.
Eind juni is er een tweede tussenstop, waarbij de jagers afmeren in de haven van Lourenzo Marquez en de Doorman voor anker gaat op de rede van Port Louis op Mauritius. Op 29 juni worden er 33 saluutschoten afgevuurd in verband met de verjaardag van ZKH Prins Bernhard. Op 1 juli komt er ook een eind aan deze tussenstop en wordt het anker gelicht en vertrekt de Doorman vanaf de rede van Port Louis in de richting van Australië. En daarna ga ik zelf delen van de reis beschrijven, immers de vaart naar Australie is nog ver......maar aan boord is het elke dagweer wat anders.....

 

De film ,siBart is het vertrek van de ""Dikke Boot"" uit Rotterdam deze

heb ik niet, heel mooi het weer mee te maken ,doet me goed..!! mersie..

Met de Commandant van Smaldeel 5 Commandeur Ferwerda, en de foto, is ergens in de wateren van

Nieuw-Guinea.....


 

Bij vertrek uit Port Louis richting Australie eerst de Indische Oceaan over varen, prachtig weer iedereen zat te zonnen op het dek.En lusteloos vaarde op een snipperdag de Doorman in de Indische Oceaan. Er werd een Seehawk met de lift op het dek gebracht en de blokkentrekkers ernaast. De kwartiermeeste die de leiding had, hoorden we nog roepen “” Blokken weg... breaks los ..en achterover,”” de blokketrekkers duwden de seahawk achterover en duwenden het zonder blikken of blozen zo over de verschansing de zee in .. iedereen verbaas , dachten dat het een oefening was, helaas, later bleek dat er niemand in het vliegtuig zat die de Breaks bediende...

En zo verdween de seehawk als een baksteen in de Indische Oceaan...iedereen verbaasd achterlaten, en door de intercom gelijk... Attentie hier de brug, seehawk overboord, dit is geen oefening...en de kopstukken zenuwachtig heen en weer lopen over de plak waar het is gebeurd, de fotograaf nam a pasant nog een paar foto’s en ik dach dat als je een lachje liet je gelijk dood werd geschoten... en later werd verteld dat de Indonesiesch marine op die plaats aan het dreggen was naar de seehawk, wat natuurlijk een grapje was. En de reis werd zonder meer incidenten vervolgd naar Freemantle in Down Under.....waar ons heel wat te wachten stond....effe weer een korte samenvatting over de aankomst.....

Aankomst in Fremantle.
De aankomst van de ng in de haven van Fremantle te Australië, op 12 juli, geeft in eerste instantie enige problemen, maar de oplossing van dit probleem heeft positieve berichtgeving in de pers tot gevolg. Wat was nan melijk het probleem. Door de politieke verhouding tussen Nederland en Indonesie en de publicaties daarover, waren de havenwerkers in Fremantle, aangesloten bij de “Australian Seaman’s Union” een stakingsactie begonnen en kreeg de Doorman geen assistentie bij het afmeren aan de kade. Dus geen sleephulp en niemand die de trossen aanneemt en vastmaakt. De commandant van de Doorman A.J. Marcus besloot na overleg met hoofd vliegdienst en de squadroncommandant om met behulp van vliegtuigvermogen de Doorman om het anker te laten draaien en hierop naar de kade te “vliegen”. Na deze stunt had ook een verdere staking geen nut meer en gingen de havenarbeiders weer aan het werk.
Na een verder geslaagd bezoek aan Fremantle werd op 18 juli deze haven, samen met de jagers, weer verlaten op weg naar Nieuw-Guinea.

 

 

Hier een spotprentje uit de krant waar de Doorman op eigen

kracht afmeerde in de haven van Fremantle, en de matroos vraagt

aan de stakende havenarbeider waar de parkeermeter staat.

een heel gedoe wel in het nadeel van de Havenarbeiders...

 

Ontvangst in Hollandia.
Hierop volgde een groots ontvangst in Hollandia op 2 augustus, waar de bemanning in een “Alle Hens” aan boord werd toegesproken door de schout-bij-nacht G.J. Platerink. In het havengebied werd het binnenvaren van de Doorman door duizenden toeschouwers gadegeslagen. Omstreeks 06.30 uur klonken de saluutschoten over de baai van Hollandia. Langs alle wegen, vanwaar men uitzicht op zee had, zag men lange rijen mensen kijken naar dit schouwspel van de snel binnenvarende Karel Doorman. De ontvangst van de Bevolking was overweldigen,vooral weer oude bekenden te ontmoeten verder werden veel festiviteiten georganiseer, zoals een volleybalt wedtrijden tegen de lokale teams en die van de Doorman, en natuurlijk weer veel etentjes er omheen , voor mij was het een ontmoeting met het verleden...... Na enkele dagen werd op 5 augustus Hollandia weer verlaten en zette de Doorman koers richting Biak.

Passagieren op Las Palmas en Volley-ballen in de Liftput van de Doorman

Samen met het Mariniers Team

 Vertrek naar Biak waar samen met de jager Groningen arriveerde de Doorman op 6 augustus 1960 in de Sorido Lagune van Biak. De overige schepen gingen naar Manokwari en Sorong. In de haven van Biak werd het materieel voor de Koninklijke Luchtmacht, waaronder de 12 Hawker Hunters die vanuit de hangar in delen op de wal getakeld werden om verder vervoerd te worden. Op 12 augustus kreeg de Doorman bezoek van de streekraad van Biak en was er aan de wal een Pasar Malam georganiseerd.Op 13 augustus was voor mij een zeer belangrijke dag want op die dag trouwde ik met de Handschoen met Grace die in Holland ging trouwen in Sneek vreemde gewaarwording, miste mijn Huwelijksnacht, maar daarentegen kan ik zeggen dat ik getrouwd ben met despensatie van Hare Majesteit de Koning Juliana enz.enz...en op die dag was er een luchtalarm, later bleek er vliegtuigen van de Indonesiers waren gesingnaleer we hadden net een open huis dus  het schip was tjokvol met bezoekers  ik moest in het maleis ompraaien dat iederen met de gezwinde pas het schip moest verlaten... dat was wat een gedrang aan de loopplank en s’’ avonds pas heb ik een pilsje genomen op mijn huwelijks dag. Op 19 augustus werd Biak weer verlaten en voer ook het in Nieuw-Guinea gestationeerde stationschip Hr.Ms. Kortenaer mee richting Sorong......